Helmondse Schaakclub

Facebook

Verslagen van HSC 1

 

21 april 2012: DJC - HSC 1 (door Hugo Faber)
Op zaterdag 21 april reisden wij met een gevoel balancerend tussen hoop en vrees naar het zuiden om tegen DJC voor onze laatste kansen te vechten. Door de ongunstige uitslagen van de vorige ronde waren wij opeens in ernstig degradatiegevaar gekomen. Overigens was ik iets te pessimistisch in mijn inschatting: als wij namelijk 'gewoon' van DJC zouden winnen, dan zou mede degradatie-kandidaat Zevenaar nog altijd met 6 - 2 moeten winnen van het onderaan staande De Toren/VSV 2. Alleen... DJC is wel gewoon een heel sterk team! Gelukkig waren er deze middag enige beschermengeltjes met ons meegevlogen.
Maarten Smit opende met een remise in een scherpe Caro-Kann Panov vierpaardenvariant. Typisch zo'n variant met 'kansen voor beide partijen' alleen vond Maarten het erg riskant worden om nog een winstpoging te gaan wagen. Na afloop wilde Maarten graag de credits krijgen voor de 'beslissende' remise in deze wedstrijd. Ik wijs dit bij deze af, aangezien beide spelers bijzonder weinig zetten ZELF hadden bedacht...
Zelf kreeg ik ook een Caro-Kann tegen me, maar ik koos voor een Panov variant met een drie paarden versie (het laatste paard werd pas na zwarts e6 ontwikkeld). Ik kwam goed te staan, leek toen het initiatief te gaan verliezen, maar wist dat weer te heroveren. Na een lichte tijdnoodfase had ik nog 15 seconden voor zet 40 (aldus Maarten) en dat wist ik op dat moment ook! Mijn tegenstander had geen enkele tegendreiging, dus ik wist al dat ik met de 40e zet niets kon verknoeien. In mijn parallelle universum dacht ik vijf seconden na en toen viel mijn vlag! Een onnodig en onnozel verlies (een half punt was wel het minst waar ik op kon hopen), dit is me al een keer eerder gebeurd dit seizoen. De volgende keer zal ik zet 40 à tempo spelen.
Bart Dekker was deze middag ook een pechvogel. Na een Hollandse Stonewall offerde zijn tegenstander (zwart) een stuk om met zijn dame via f1 binnen te kunnen dringen. Bart maakte daarom een vluchtveld (h2) voor zijn koning, verwachtende dat hij in de gelegenheid zou komen om eeuwig schaak te kunnen geven. Groot was zijn ontsteltenis dan ook, nadat hij mat-in-twee totaal overzag: Df1+ en Lc7 mat. Na afloop bleek dat Bart door het geofferde stuk direct terug te geven, de inval van de dame op f1 had kunnen voorkomen. Hij zou dan minimaal remise hebben gehad.
Ruben Venis speelde een moeilijke partij waarin wit vooral leunde op een sterke d-pion. Hoe de tussenfase is verlopen weet ik niet, maar ik heb wel van Ruben begrepen, dat hij op een gegeven moment wat te overmoedig werd en meende dat hij op winst kon spelen. Dat was een misrekening. Er kwam een eindspel van paard en drie pionnen tegen loper en twee pionnen op het bord. Tegenstander Sarrau offerde zijn paard voor de laatste pionnen van Ruben, waarna de strijd beslist was.
Guus Bollen kreeg een gesloten Siciliaan tegenover zich. Daar kwam hij aanvankelijk wel goed uit, maar na een foutje werden zijn stukken wat teruggedrongen en wist zijn tegenstander een pion te winnen. Wit maakte zich al op om de beslissende stukkenruil af te dwingen en we hadden dit ook al als verloren getaxeerd. Even later bleek wit een fout te hebben gemaakt bij het afdwingen van die stukkenruil. Via een tussenschaak wist Guus een stuk te winnen! Het toren en paard tegen toreneindspel wist hij snel naar zijn hand te zetten. Een onverwachte en zeer belangrijke meevaller! Opmerkelijk feit: in de laatste ronde van het vorig seizoen scoorde Guus ook al het verlossende punt. Het werd toen 4 - 4 tegen ...DJC!
Het was inmiddels tijd geworden om eens te gaan bellen hoe het bij De Toren/VSV 2 - Zevenaar stond. Een voor ons nog hoop gevende uitslag zou ik in beperkte kring bekend maken, dit om de concentratie van de nog spelende HSC-ers niet te verstoren. De stem aan de andere kant van de lijn klonk beslist: De Toren heeft met 5 - 3 gewonnen! Met dit heugelijke nieuws spoedde ik mij terug naar de speelzaal waar Paul van Asseldonk, Gerard van de Kerkhof en Johan Wuijts nog bezig waren.
Gerard was - nadat hij weer eens zonder aarzelen een pion op b2 ('sla nooit op b2 ook niet als het goed is') had gepakt, in het nadeel gekomen. Hij vocht hard terug, maar zijn tegenstander had het redelijk simpel uit kunnen maken. Nu liet die - tijdelijk - stukwinst toe, waarna een enkel toreneindspel op het bord kwam. Door de gunstige winst van De Toren/VSV 2 was het opeens niet meer nodig voor Gerard om op winst te spelen! Nadat we dit hadden doorgegeven, werd even later het beslissende en bevrijdende halfje op het wedstrijdformulier genoteerd.
Paul wilde wel op bord 1 gaan zitten, waar ik oorspronkelijk Jerzy Cebula had gepland. Hij bood niet onverdienstelijk partij. In een Caro-Kann met f4 en h4 zette hij een aanval op, die op zich wel gemakkelijk werd afgeslagen, daarna verplaatste het strijdtoneel zich na de damevleugel, waar Paul ook de boel wist dicht te houden. Daarna viel zwart maar eens door het midden aan. Uiteindelijk wist Paul het niet meer te houden.
Johan streed als laatste door. Die ochtend had ik hem gevraagd om in te vallen, aangezien Jerzy al enkele dagen telefonisch onbereikbaar was. Hij ging akkoord ondanks een korte nachtrust. Verrassend genoeg was er van vermoeidheid niet veel te merken bij Johan, misschien ook wel omdat zijn favoriete opening - Frans - op het bord kwam! Dat ging aanvankelijk goed, maar door een trucje raakte hij een pion kwijt en later nog een. Zijn tegenstandster speelde echter niet krachtig genoeg verder en verzuimde om de beslissende klap uit te delen. Met allebei nog 1 à 2 minuten op de klok, wist Johan via een klassiek trucje zijn toren te offeren voor damepromotie. Dat leek echter nog steeds verloren te gaan voor hem (vanwege een gevaarlijke witte vrijpion), maar als hij zijn dame dicht bij de witte koning had gebracht had er misschien nog eeuwig schaak in gezeten. Nu verloor Johan alsnog.
En zo kreeg deze middag - net als de standaard Hollywood-film - toch nog een happy end en heb ik toch nog een goede nachtrust gehad. Ik moet er niet aan denken, dat ik verwijtbaar verantwoordelijk zou zijn geweest voor onze degradatie.

 

DJC (2136) HSC 1 (2041) 6 - 2
Roel Hamblok (2197) Paul van Asseldonk (1981) 1 - 0
Jelle Sarrau (2259) Ruben Venis (2282) 1 - 0
Fabian Miesen (2135) Bart Dekker (2218) 1 - 0
Sander Vanwersch (2135) Guus Bollen (2014) 0 - 1
Stefan Spronkmans (2088) Hugo Faber (2062) 1 - 0
Stefan Simenon (2149) Gerard van de Kerkhof (2023) ½ - ½
Ynze Mengerink (2140) Maarten Smit (2002) ½ - ½
Diana Dalemans (1988) Johan Wuijts (1747) 1 - 0

 

31 maart 2012: HSC 1 - Vianen/DVP (door Hugo Faber)
We mochten op zaterdag 31 maart koploper Vianen/DVP bevechten, die een aantal jaren geleden al eens naar de eerste klasse was gepromoveerd. Vier spelers van Vianen verschenen op tijd, de andere vier verschenen zo'n drie kwartier later. Helaas hebben wij daar geen enkel voordeel uit weten te behalen.
Bart Dekker had een pittige tegenstander, maar kwam bij een onduidelijke materiaalverhouding (twee stukken tegen een toren meen ik) gevaarlijk opzetten met een vrije a-pion. Ook de b-pion zou nog naar voren gestuurd kunnen worden. Tegenstander Odendahl koos daarom toch maar voor een remise.
Maarten Smit begon met c4 en belandde na zetverwisseling in een Panov-variant van de Caro-Kann. Even later was het een Nimzo-Indisch. Maarten voelde zich duidelijk niet thuis in die variant en liet ruil van zijn belangrijkste stukken toe. Een verloren eindspel werd zijn lot. Na afloop demonstreerde zijn tegenstander - een Karpov liefhebber - zijn veel grotere kennis van deze openingsmaterie.
Na enkele uren voegde Gerard van de Kerkhof mij al eufemistisch toe dat hij waarschijnlijk NIET ging winnen. Nou daarmee was ik het wel eens. Zijn stukken stonden nou niet echt op plaatsen waar ze hoorden (loper op a3, paard op c2, dame op f3, loper op g2...). Misschien dat Gerard nog een kans zou hebben gehad, als hij stukken op het bord had weten te houden, maar het onvermijdbare eindspel ging kansloos verloren.
Jerzy Cebula liet zich met zwart al snel opzadelen met een geïsoleerde pion op d5. Met wit's stukken op de koningsvleugel gericht, was dat een comfortabele stelling voor zijn tegenstander. Met een schijnoffer wist hij ook nog een pion buit te maken, waarna Jerzy het tij niet meer kon keren.
Voor Paul van Asseldonk verliep deze middag toch wel teleurstellend. Hij was de enige, wiens partij ik na enige tijd inschatte als een mogelijk winstpunt voor ons. Paul moest in het begin even een mogelijke inval van een paard op e6 verhinderen, maar toonde met Pb8 aan, dat HSC leden ook wel eens iets van elkaar opsteken... Daarna leek hij toch de overhand te krijgen, maar zijn tegenstander speelde goed tegen en wist na lange tijd toch weer een paard op e6 te krijgen. Paul's koningsvleugel was verzwakt en dat gecombineerd met zijn - weer eens - zeer beperkte bedenktijd deed hem de das om.
Zelf haalde ik voor de verandering weer eens een broodnodige overwinning. Aan de pathologische leugenaars binnen HSC wil ik melden dat mijn laatste externe overwinning (avondcompetitie niet meegerekend) van september vorig jaar dateert! Ik won dus en was daar vanzelfsprekend heel blij mee. Na een Colle-achtige opzet (met de loper op g5) ging mijn tegenstander ietwat te rustig verder. Ik besloot tot een centrumdoorbraak waarop mijn tegenstander direct verkeerd reageerde. Na een aanval op mijn paard kon ik direct zijn toren op c2 aanvallen, die nauwelijks meer weg kon. Dat werd dus kwaliteitsverlies. Inmiddels was wit - nadat hij als een van de laatkomers zijn tijdverbruik toch weer had ingehaald - toch weer in tijdnood gekomen. Dat kostte hem zijn belangrijke d-pion. Daarna was de winst niet moeilijk meer.
Dat Guus Bollen niet verloor, vond ik een klein mirakel. Hij leek namelijk al spoedig in moeilijkheden te zitten, nadat zijn tegenstander twee zwarte paarden op d4 en e4 had geplaatst. Guus vond echter toch de weg naar een toreneindspel met een pion minder. Wellicht was dat objectief ook al remise, maar omdat de Vianense zege al zeker was, drong zwart ook niet verder meer aan.
Ruben Venis plaatste een onduidelijk offer in een wat onregelmatige Grünfeld-Indiër, waarvan hij teveel had verwacht. Volgens Ruben was het goed... tja... hij moet het offer nog maar eens bekijken. Het eindspel was gewoon te weinig voor hem. Daarmee miste hij een kans op topscorer te worden van de tweede klasse, maar hij staat nog steeds op een heel acceptabele 5 uit 8.
Een grote nederlaag dus, maar erger is, dat onze directe concurrenten voor degradatie zeer onverwacht van Venlo en DSC wisten te winnen. Daarmee is HSC 1 plotseling weer ernstig in de gevarenzone gekomen. We zullen ons nog eens goed schrap moeten zetten: we hebben het namelijk niet meer in eigen hand.

 

HSC 1 (2067) Vianen/DVP (2163) 2 - 6
Ruben Venis (2282) Ornett Stork (2124) 0 - 1
Bart Dekker (2218) Reiner Odendahl (2357) ½ - ½
Hugo Faber (2062) Ulrich Dresen (2280) 1 - 0
Guus Bollen (2014) Ulrich Perschke (2127) ½ - ½
Jerzy Cebula (1957) Toon van Lanen (2136) 0 - 1
Maarten Smit (2002) Thomas Lemanczyk (2172) 0 - 1
Paul van Asseldonk (1981) Frank Lommers (2126) 0 - 1
Gerard van de Kerkhof (2023) Mark Agterberg (1980) 0 - 1

 

10 maart 2012: ASV - HSC 1 (door Hugo Faber)
Tegen ASV leden we de kleinst mogelijke nederlaag. Daar had zowel meer als minder in gezeten, vandaar dat ik ook niet zo goed weet hoe we die nederlaag moeten plaatsen. Gelukkig hebben we er in elk geval bordpunten aan overgehouden. Die bordpunten kunnen belangrijk worden, aangezien de nummers 9 en 10 in onze poule nog tegen elkaar moeten...
Ook in slechte financiele tijden is het goed om te investeren en dat deden drie van onze teamleden dan ook. Ze staken er alledrie een pion in. Helaas vertaalde zich dat niet in enig rendement. Investeerder Paul van Asseldonk wist zijn pion nog wel terug te veroveren, maar zijn stelling vertoonde wel wat gaten, dus ik was niet zo verbaasd dat hij het toch nog verloor. Naar verluidt heeft hij wel een eenvoudige remise gemist.
Maarten Smit investeerde ook een pion, maar dat hoort nu eenmaal in een Wolga-gambiet. Dat leidde tot een prima stelling hoewel ik vooral tevreden was over het notatieformulier - niet bijna leeg na een uurtje spelen - van Maarten. Toen begon de motor te haperen en kreeg zijn tegenstander initiatief. De geofferde pion werd dus een minuspion en dus werd ook deze investering afgesloten met verlies.
Ook Jerzy Cebula investeerde een pion, maar dat was misschien niet helemaal vrijwillig. Zijn witte e-pion op e5 werd vroegtijdig bestookt met een f7-f6 en een afruil van de centrumpion oogde bepaald niet aantrekkelijk. Ook Jerzy zag niets meer van zijn investering terug.
Na een overwinning van Gerard wil ik nog wel eens tegen reageren met een: "hoe kan dat nou weer???" en zo was het ook deze middag. Gerard had met zijn typerende witte opzet - identiek tegen zowat elke zwarte verdediging - helemaal niets weten te bereiken. Zijn stukken waren de eerste drie rijen nauwelijks over gekomen. Tegenstander Peter Boel meende echter met een stukoffer de winst naar zich toe te kunnen trekken, maar er zat dus een lek in.
Zelf had ik het inmiddels erg druk met mijn eigen partij vanwege mijn tijdnood en omdat ik ook wat vermoeid begon te raken. Na pionwinst in de opening had mijn tegenstander goede compensatie (centrumblokkade en loperpaar) gekregen. Later ging hij in op een afruil van mijn dame tegen twee van zijn torens. Dat zou me in principe een beter tot gewonnen eindspel hebben moeten opleveren. Omdat ik echter al een g2-g4 had gespeeld, kon zwart zich redden door mijn pionnen op h3 en g4 met zijn dame te veroveren. Het leek even alsof ik nog een matnet had weten te spannen, maar dat was schijn. Via zetherhaling werd het remise.
Guus Bollen moest het met zwart opnemen tegen Otto Wilgenhof. Aan die naam zal vooral Ruben Venis nog slechte herinneringen hebben, aangezien die er met zwart eens heel hardhandig is afgezet. Het leek er op dat wit de stelling volledig onder controle had, maar Guus leidde een toren naar de koningsvleugel en dat bleek plotseling gevaarlijk. Na wat getruukt spel wist Guus af te wikkelen naar een gewonnen paardeindspel met twee pionnen meer. Mooie prestatie!
Bart Dekker kwam beter uit de opening, maar liet het voordeel glippen. Daarna had zijn tegenstander lange tijd een behoorlijke plus, maar het lukte deze niet om echt door te drukken. Bart kwam - bezig met zich los te werken - in zware tijdnood en op zet 39 - met nog enkele seconden op de klok - blunderde hij een stuk weg.
Van het middenspel bij Ruben vond ik zeer moeilijk in te schatten hoe dat stond: zwart bezette het centrum met pionnen op c5 en d4 en Ruben probeerde dat op te blazen met e3. Wellicht dat wit toen beter stond. Uiteindelijk wist Ruben een toreneindspel met een pion meer te bereiken dat snel - wellicht dat zijn tegenstander het Ruben nog wat moeilijker had kunnen maken - gewonnen werd door onze kopman. Na het ongelukkige verlies tegen Venlo, twee ronden geleden, heeft Ruben zijn score weer aardig opgevijzeld: 5 uit 7.

 

ASV (2128) HSC 1 (2067) 4½ - 3½
Wouter van Rijn (2171) Ruben Venis (2282) 0 - 1
Leon van Tol (2186) Bart Dekker (2218) 1 - 0
Dirk Hoogland (2111) Jerzy Cebula (1957) 1 - 0
Eelco de Vries (2185) Paul van Asseldonk (1981) 1 - 0
Sander Berkhout (2099) Hugo Faber (2062) ½ - ½
Otto Wilgenhof (2202) Guus Bollen (2014) 0 - 1
Peter Boel (1978) Gerard van de Kerkhof (2023) 0 - 1
Richard van der Wel (2092) Maarten Smit (2002) 1 - 0

 

11 februari 2012: Veldhoven - HSC 1 (door Hugo Faber)
Op zaterdag 11 februari mochten we alweer uit tegen Veldhoven. Voor een teamleider altijd een prettige wedstrijd: je kunt later weg en er hoeft alleen maar een briefje met de opstellingen te worden overhandigd aan de wedstrijdleider. Bovendien verlopen deze wedstrijden altijd in een uiterst goede sfeer.
De eerste nul viel bij de onzen. Gerard besloot - uiteraard - weer eens niet te rokeren, maar zette al zijn kaarten op een open h-lijn. Jammer genoeg werd al vrij snel duidelijk, dat wit daar niet bepaald voor hoefde te vrezen. Die viel dan ook gewoon aan door het midden. Spoedig ging Gerard ten onder aan een aanval op zijn koning. Jammer hoor, maar het weerwerk kwam er aan...
Jerzy zette een goede partij met zwart tegen Ferry Daamen op en wist wit een zwak, eenzaam pionnetje op d3 te bezorgen. Na het opspelen van pionnen voor de witte koningsvleugel teneinde de zwarte loper op g6 in te sluiten, bracht Jerzy zijn torens en die zwarte loper op g6 in stelling voor een dodelijke mataanval op de onderste lijn. Na enige schaakjes was wit dan ook 'uitgeschaakt'.
Voor mij werd het in tegenstelling tot wat ik bij aanvang van dit verslag zei, toch nog een treurige middag. Ik haalde gemakkelijk gelijkspel. Toen mijn tegenstander remise aanbood - zo rond zet 14 - heb ik dat ook geen moment overwogen, gebrand als ik was op een overwinning. Ik zag even later echter een dreigend kwaliteitsverlies over het hoofd. Met wat kunst en vliegwerk wist ik hier zowaar nog materieel voordeel uit te slepen. Positioneel was het echter een fikse verslechtering geworden met een 'gat' op g7. Toen wit met zijn pion op h4 ging lopen, hing er dan ook een ondekbaar mat boven het hoofd met de pion op h6 en een dame op f6. Ik probeerde nog een tegenaanval te doen maar toen ook de voor mij belangrijke loperdiagonaal a8-g2 werd afgesloten, was het gedaan. Ik heb de Afterparty dan ook aan mij voorbij laten gaan.
Bart speelde NIET tegen Thijs Laarhoven maar tegen Dirk van Dooren. Beiden heren hadden - begrijpelijkerwijs - gekozen om van bord te wisselen. Anders hadden ze tegen dezelfde tegenstander als in het vorig seizoen met ook nog eens dezelfde kleur (ook toen was Veldhoven een uitwedstrijd) moeten spelen. Dirk wil zich nog wel eens van 1.f4 bedienen maar koos voor 1.e4. Dat gaf Bart de gelegenheid tot scherp en onduidelijk spel in een Fransman met daarin een thematisch kwaliteitsoffer op f3. Het werd er voor mij als toeschouwer niet duidelijker op. Dat werd het wel toen Dirk een aanval op zijn dame miste. Deze dame kon zijn loper niet meer dekken en het gevolg was dat Dirk een stuk kwijt raakte. Of het nou een vol stuk was, weet ik niet meer maar in elk geval gaf Bart dit niet meer uit handen.
Maarten liet zich in zijn partij tegen Rudy Simons verleiden door een mogelijke pionwinst, die echter geen pionwinst bleek maar stukverlies! Hij had echter normale zetten moeten blijven doen. Na de tijdcontrole had hij - gezien de slechtere pionnenstructuur van Rudy met pionnen op f5 en h7 - risicoloos op winst kunnen blijven spelen; dit alles volgens onze webmaster himself.
Paul kon deze middag het spel spelen, zoals hij dat het liefst speelt: op activiteit gebaseerd, waarbij het niet erg is als je een pionnetje verliest. Het gewonnen pionnetje van Frans Wolferink was ook niet bepaald een pluspion te noemen. Paul sloeg een remiseaanbod van Frans dan ook af. In een loper tegen paard eindspel werd het paard van Frans tenslotte ingesloten. Dat Paul inderdaad zijn favoriete spelletje speelde, bleek ook uit zijn tijdverbruik: hij was dit keer totaal niet in tijdnood geweest.
Guus had de hele middag het initiatief in zijn partij. Tegenstander Huub Schenning droeg daar ook aan bij door zijn eigen loper op c8 in te metselen achter zijn eigen pionnen. Jammer genoeg werd dat uiteindelijk een 'harmonica-stelling'. De loper van Huub was nog steeds nauwelijks bruikbaar, maar voor Guus waren er ook niet veel aanknopingspunten. Met het oog op de op handen zijnde remise van Ruben werd dan ook de vrede getekend.
Ruben had inmiddels een eindspel gekregen waarin hij een eerder verloren geraakte pion weer terug had gewonnen. Nu had zwart wel gevaarlijke vrijpionnen, maar Ruben had een uitstekende geposteerde toren, die zowel het doorlopen van een van zwarts pionnen verhinderde, maar ook een loper aanviel. Wegzetten van die loper was te riskant en de loper moest dan ook met de koning gedekt worden. Gevolg: schaakje, koning weg, loper weer aangevallen, weer gedekt met de koning, schaakje... Herhaling van zetten dus.
Een gelijkspel dus. Enigszins jammer omdat ik het idee had dat we vandaag wel de bovenliggende partij waren. We kunnen echter elk wedstrijdpunt goed gebruiken!

 

Veldhoven (2085) HSC 1 (2067) 4 - 4
Thijs Laarhoven (2219) Ruben Venis (2282) ½ - ½
Dirk van Dooren (2266) Bart Dekker (2218) 0 - 1
Rudy Simons (1990) Maarten Smit (2002) 1 - 0
Ferry Daamen (2081) Jerzy Cebula (1957) 0 - 1
Huub Schenning (2055) Guus Bollen (2014) ½ - ½
Erik van Eijndhoven (2062) Gerard van de Kerkhof (2023) 1 - 0
Frans Wolferink (2078) Paul van Asseldonk (1981) 0 - 1
Theo van de Meerakker (1929) Hugo Faber (2062) 1 - 0

 

7 januari 2012: HSC 1 - Venlo (door Hugo Faber)
Voor de Kerstvakantie had ik al gewaarschuwd, dat de echte pittige tegenstanders in 2012 zouden gaan komen. De eerste wedstrijd begon al goed tegen het sterke Venlo, een voormalige provendus van de tweede klasse en ook nu weer favoriet voor de koppositie. Helaas hebben we het vandaag Venlo niet echt moeilijk kunnen maken alhoewel er volop en hard gestreden werd.
Paul speelde Siciliaans en kreeg een Maroczy opstelling (met c4) tegenover zich. Hij probeerde van de gebaande paden af te wijken via f7-f5, maar wit bleef toch beter staan. Erger werd het toen de zwarte d-pion ten dode opgeschreven was. In arren moede offerde Paul daarop maar een kwaliteit in ruil voor wat vage aanvallen op de witte koning, maar dat was te doorzichtig. Enkele zetten later kon Paul dan ook opgeven.
De openingsopzet van Ruben mislukte en ik zag hem even later met een stuk minder spelen. Gevraagd aan Ruben of hij een stuk had geofferd en inderdaad had hij zich daartoe genoodzaakt gezien. De gewenste compensatie bleef uit en Ruben moest daarom opgeven. Dat Ruben op zo'n manier had verloren, vond ik toch wel een tegenvaller.
Ook bij Gerard hoopte ik op meer. De opening was hij goed door gekomen (een eerste vereiste voor Gerard) en met een loperpaar leek hij aanknopingspunten te hebben voor een aanval op de zwarte koning. Later bleek hij toch (ik heb niet gezien hoe) verloren te hebben.
Met wit ging ik aardig van start. Later leek de stelling wat minder te worden, maar toen mijn tegenstander voor mij wat onverwacht bij een ruil op e7 met zijn koning terug sloeg, om zijn toren bij het spel te kunnen betrekken maar toch niet te hoeven rokeren, meende ik kansen te hebben om via een dameschaakje op b4 de stelling binnen te kunnen dringen. Mijn dame werd toegelaten op d6, maar toen stokte de machine. Dat kostte mij ook weer belangrijke tijd, die ik bij de tijdcontrole tekort kwam. Als ik die inval niet had geprobeerd, was remise wel een plausibele uitslag geweest.
Was er bij Bart niet meer mogelijk? Ik zag dat Bart wat pionnen had gewonnen, maar daar moest hij wel ontwikkeling (loper op c1 kon moeilijk zetten) voor inleveren. Volgens Bart had er daarna nog wel remise ingezeten, maar met nog enkele seconden voor enkele zetten, ging Bart de fout in en verloor hij een stuk. Hij leek nog een stellingsgelukje te hebben, maar zijn (altijd of vaak met zwart spelende) tegenstander had er ook een.
Guus liet in een flankopening een ruil op c5 toe, waarvoor hij zijn gefianchetteerde loper moest ruilen. Met een witte dame op h6 werd rokade onmogelijk gemaakt. Guus had daarna wat moeite om zijn ontwikkeling te voltooien. Toch wist hij flinke stappen te zetten naar legalisatie van zijn stelling. In een toreneindspel beland meende ik dat Guus nog wel kans op remise maakte. Helaas, een vrije b-pion van wit besliste anders.
Bij Jerzy ging het een tijd gelijk op en ik hoopte op een positief resultaat voor hem, ook omdat hij tot nu toe pas een enkele remise wist te behalen. Hij belandde echter in een dubbel toren tegen dame-eindspel, waarin Jerzy de dame had. Wit had ook nog eens enkele pionnen meer, dus Jerzy kwam er niet meer aan te pas.
Zeven nullen inmiddels aan onze kant! Maarten moest daarom maar de eer gaan redden en hij deed dat in een partij waar hij zelf zeer over te spreken was. De Sämisch-variant van het Koningsindisch (met f3) mondde tenslotte uit in een eindspel waarin de lopers van Maarten veel sterker waren dan het niet al te belangrijke paardenpaar van zijn tegenstandster. Met ook nog een witte vrije d-pion, werd Maarten dan ook door winst opnieuw topscorer.
Tja, jammer natuurlijk zo'n grote nederlaag maar gezien de kracht van Venlo kan ik er wel mee leven.

 

HSC 1 (2077) Venlo (2192) 1 - 7
Ruben Venis (2265) Rudi van Gool (2192) 0 - 1
Bart Dekker (2230) Maarten Strijbos (2319) 0 - 1
Guus Bollen (2024) Rainer Montignies (2256) 0 - 1
Hugo Faber (2076) Henk van Gool (2131) 0 - 1
Paul van Asseldonk (2002) Joep Nabuurs (2200) 0 - 1
Maarten Smit (2010) Ololi Alkhazashvili (2177) 1 - 0
Jerzy Cebula (1986) Thijmen Smith (2202) 0 - 1
Gerard van de Kerkhof (2026) Peter Schoeber (2059) 0 - 1

 

17 december 2011: Zevenaar - HSC 1 (door Hugo Faber)
We zijn er jammer genoeg niet in geslaagd om dit jaar met een 'veilig' puntentotaal af te sluiten. Rodelantaarndrager Zevenaar wist ons twee punten te ontfutselen en dat is jammer.
Het begin was goed. Laatkomer Gerard deed - wat hij al eens eerder dit seizoen gedaan had - hij gebruikte de zwarte stukken om zo snel mogelijk remise te maken. Hij speelde een zijvariant van het Spaans en zijn tegenstander schrok daar blijkbaar zo van dat de partij enkele zetten later al inderdaad in remise eindigde. Zolang Gerard dit soort dingen met zwart doet, hoor je mij niet klagen.
Guus had toch wat ambitieuzere doelstellingen en sloeg dan ook diverse keren een remiseaanbod af, maar besloot het later toch maar aan te nemen.
Een onverwacht (volgens mij dan) winstpunt kwam van Paul. Aanvankelijk had hij niet zoveel weten te bereiken tegen 1.e4 Pc6 en ik begreep dan ook niet goed, waarom hij een op het oog remise staand paardeindspel bleef doorspelen. Hoopte hij op een winnend koningsdriehoekje of zo? Zijn tegenstander moet wel ergens een verkeerde zet hebben gespeeld. Ik was in elk geval blij verrast met de 1 aan onze kant op het wedstrijdformulier.
Zelf ging ik al na 12 zetten lelijk de fout in door mijn tegenstander de gelegenheid te geven tot een kansrijk stukoffer voor twee pionnen. Ik maakte het nog iets erger door een derde pion te geven, omdat ik meende dat dat noodzakelijk was. Het gevolg was dat wit gevaarlijk met zijn e- en f-pionnen naar voren kon komen en ik moest zien dat ik mijn achterstand in ontwikkeling (koning stond op d8) goed maakte. Vanaf dat moment ging mijn tegenstander wat te rustig verder; een meer energieke aanpak zou hem de winst hebben gebracht. Ik kreeg de gelegenheid om mijn stukken te ontwikkelen, een stuk terug te geven voor twee pionnen en er daarna nog een pion af te snoepen. Mijn tegenstander bood daarna remise aan. Ik zag geen mogelijkheid voor een mokerslag en met nog enkele minuten voor negen zetten in een nog niet geheel veilige stelling ging ik in op zijn aanbod.
Jerzy leek vandaag de gelegenheid te krijgen om zijn wat matige score op te vijzelen. In een Siciliaan had hij de betere pionnenstructuur. Met het oprukken van de e-pion naar e5 leek een bres geslagen te worden; de pion op d6 mocht de pion niet slaan en kon evenmin worden doorgeschoven. Toch zag ik even later tot mijn verbazing en teleurstelling, dat Jerzy een kwaliteit had verloren. Een dubbel toren tegen toren en paardeindspel bleef er over. Zonder aarzelen gaf zijn tegenstander de kwaliteit terug voor een toreneindspel waarin Jerzy met zwakke pionnen bleef zitten. Helaas een nul dus.
Ik zag bij Ruben, altijd een wat slow starter met wit, dat hij uiteindelijk toch een inval had gedaan in de zwarte stelling. Met ook nog eens een zwarte ongerokeerde koning, maakte ik me dan ook totaal geen zorg over de uitslag van deze partij. Ruben won en nam daarmee de leiding in het persoonlijke klassement over van Maarten.
Maarten zat dit keer weer eens op bord 8, een mooie gelegenheid om zijn externe score van 100% verder uit te bouwen. Het kwam er echter niet van. Zijn tegenstander speelde weliswaar wat slapjes tegen het Scandinavisch, maar wist na de lange rokade van Maarten zowaar toch aanknopingspunten te krijgen. Daar heeft Maarten niet veel tegenover weten te stellen. Hij werd gedwongen om enkele pionnen te geven. Het daaropvolgende dubbel toreneindspel was kansloos voor Maarten.
Ook Barts partij speelde zich voor een groot deel buiten mijn gezichtsveld af, hoewel hij op een bord naast mij zat. Ik weet niet hoe Barts eindoordeel over zijn partij luidt, maar ik zag wel dat hij een ontwikkelingsachterstand had. Op het moment dat hij - eindelijk - rokeerde was het waarschijnlijk al te laat en vielen de witte stukken binnen.
Een onnodige nederlaag dus. We mogen ons nu gaan opmaken voor de echte pittige tegenstanders.

 

Zevenaar (1996) HSC 1 (2077) 4½ - 3½
Henk Karssen (2083) Ruben Venis (2265) 0 - 1
Michel van Leeuwen (2153) Bart Dekker (2230) 1 - 0
Wim Ratering (1984) Guus Bollen (2024) ½ - ½
Guust Homs (2141) Hugo Faber (2076) ½ - ½
Toon Janssen (1946) Jerzy Cebula (1986) 1 - 0
Arie Huysman (2011) Gerard van de Kerkhof (2026) ½ - ½
Hans Castrop (1719) Paul van Asseldonk (2002) 0 - 1
Vincent Pelgrom (1927) Maarten Smit (2010) 1 - 0

 

26 november 2011: HSC 1 - De Toren/VSV 2 (door Hugo Faber)
Op zaterdag 26 november traden we weer op volle oorlogssterkte aan tegen een op papier minder team. Vreemd genoeg was ik er nog niet helemaal gerust op: het zou namelijk zonde zijn als we het na ons mooie gelijkspel uit de vorige ronde nu zouden laten liggen.
Paul opende de score in negatieve zin. In een gesloten Siciliaan kreeg hij plotsklaps een schimmel op f5 op bezoek. Dat was een schijnoffer, dat Paul wel moest aannemen. Daarna verloor hij een kwaliteit en geruisloos ook de partij.
Nieuwkomer Jerzy draait nog een beetje stroef. Hij kreeg Weens tegenover zich, maar even later zag het er meer 'Frans' uit en wel in een wat onprettige vorm voor zwart. Weliswaar was de pionnenstructuur van wit niet zo optimaal, hij had wel een fijne aanval op de koningsvleugel en daar ontbrak bij Jerzy een verdedigend paard. De verdediging van Jerzy kostte hem een pion waarna wit kans zag om op een eindspel over te gaan, dat kansloos was voor Jerzy.
Ook Guus was de externe competitie wat stroef begonnen, maar hij wist zich nu te revancheren. In een c3-Siciliaan speelde hij op wits Pa3 a6 en na Pc4 had wit een gat op b6 aangeboord. Guus leek wat minder te staan, maar naar eigen zeggen had hij dit eens nagekeken en geconcludeerd dat dit helemaal niet zo'n geweldige variant was. Het vervolg (of misschien het spel van tegenstander?) stelde hem in elk geval in het gelijk: winst van een kleine kwaliteit waarbij de witte koning ook nog eens in het midden vastgenageld bleef, brachten hem de winst.
Bart speelde een non-klassiek damegambiet (met paardontwikkeling naar e2 in plaats van f3) en kwam stukje bij beetje beter te staan, vooral nadat centrumpion d4 er een maatje bij kreeg op e4. Dat bood weer de gelegenheid om een paard op f5 te planten en een aanval te beginnen die winnend werd afgesloten.
Tussendoor won Gerard ook zijn partij, maar daar heb ik weinig van gezien. Ik zag wel dat hij een pion voor was gekomen, waarvoor zijn tegenstandster geen compensatie had. De afloop zag ik daarom dan ook met vertrouwen tegemoet.
Maartens partij verzandde weer eens in een gunstige Siciliaanse Maroczy (met c4). In het verleden liet Maarten dat nog wel eens remise lopen of wist hij dat zelfs nog te verliezen. Dit keer wist zijn tegenstander niet onder de druk uit te komen: hij speelde e6 om Maartens lastige paard van d5 af te houden, maar die deed dat toch! De twee zwakke pionnen op b6 en d6 werden met smaak verorberd. Meteen daarop deed zwart ook nog eens een kwaliteit in de aanbieding en was het eindspel makkelijk gewonnen. Maartens externe score is daarmee op 3 uit 3 gekomen: een prettig tegenwicht voor zijn wat mindere resultaten in de avondcompetitie.
Met mij liep het vandaag treurig af. Ik begon goed met het consequent op ontwikkelingsvoorsprong spelen in ruil voor een mindere pionnenstructuur (d5, f2, f3 en h3). Ook toen ik minder adequaat verder ging en zwart de gelegenheid bood om zich er nog enigszins uit te wurmen, leek het goed te gaan. Ik hield zijn koning vast in het midden maar zag geen directe winst. Ongemerkt tikte de tijd voorbij. Eerst zat mijn tegenstander in tijdnood maar mijn tijdverbruik begon het zijne te naderen en op een gegeven moment moesten we allebei snel zetten. Er werd geconstateerd dat mijn vlag was gevallen (stelling zag er nog wel remise uit). Bij het controleren van het aantal gespeelde zetten, bleek dat ik er weliswaar 40 gedaan had, maar omdat mijn tijd nog liep, was mijn 40e zet onvoltooid, een nul dus in plaats van de zekere winst die ik voor ogen had...
Het stond dus 4 - 3 en bord 1 zou de beslissing moeten brengen. Ruben had weer eens de (geliefde?) rol van underdog aangenomen en wel tegenover grootmeester en voormalig NK-deelnemer, Ruud Janssen. Weliswaar kwam wit beter uit de opening, maar Ruben wist een gelijke stelling te bereiken. Beide spelers kwamen in tijdnood terecht. Daarbij offerde wit een kwal om twee verbonden vrijpionnen te creëren, maar dat werd door Ruben gestopt. Hij miste nog wel een mat-in-twee (maar alla, met drie seconden op de klok mag dat). Na de tijdcontrole was het eindspel eenvoudig voor Ruben gewonnen!
Vijf punten uit drie wedstrijden! Wie stopt ons?

 

HSC 1 (2077) De Toren/VSV 2 (2055) 5 - 3
Ruben Venis (2265) Ruud Janssen (2503) 1 - 0
Bart Dekker (2230) Noud Lentjes (2039) 1 - 0
Jerzy Cebula (1986) Jeroen van Onzen (2018) 0 - 1
Maarten Smit (2010) Mees van Osch (2090) 1 - 0
Guus Bollen (2024) Steven Glasbeek (1933) 1 - 0
Hugo Faber (2076) Justin Gunther (2034) 0 - 1
Paul van Asseldonk (2002) Rik Roelofs (1907) 0 - 1
Gerard van de Kerkhof (2026) Marcella Gunther (1918) 1 - 0

 

29 oktober 2011: DSC Delft - HSC 1 (door Hugo Faber)
Op zaterdag 29 oktober reisden we af naar Delft om aan te treden tegen een DSC 1 op volle oorlogssterkte. Dit keer was er nu eens geen opstopping bij de Van Brienenoordbrug en kwam iedereen mooi op tijd aan. We hadden twee zorgvuldig geselecteerde invallers bij ons in de personen van Pascal en Pim, die de nodige tegenstand zouden moeten kunnen bieden. Ze zouden die middag een beslissende rol gaan spelen.
Een bijzonderheid van DSC is dat hun team voor de helft uit vrouwen bestaat. Dat zij in schaaktechnische zin geen katjes zijn om zonder handschoenen aan te pakken, werd onze mannen Guus en Jerzy al snel duidelijk. Zij wisten beiden met wit geen vuist te maken en werden overtuigend opgebracht. Bij Guus viel zwart dwars door het centrum binnen en Jerzy kwam niet goed uit de opening. Dat hij in de gelegenheid was om een stuk te verzetten in afwezigheid van zijn tegenstandster (waar kennen we dit ook alweer van?) hielp hem uiteindelijk niet.
Maarten begon met Scandinavisch en kwam in een zijvariant van de Aljechin (of is dit een zijvariant van het Scandinavisch?) terecht. Hij rokeerde lang en begon een aanval op de koningsvleugel. Wit was op de damevleugel ook een aanval begonnen. Die aanval was waarschijnlijk sterker, maar de tegenstander maakte een fout en deed er later nog een en werd toen mat gezet. Hij vond na de partij dat Maarten geluk had gehad. De grijns waarmee Maarten daarop reageerde, maakte het er niet beter op. Dat laatste wil ik graag geloven.
Ik mocht - jawel - weer eens tegen onze ex-HSC 1-speler Sebastiaan. Er kwam dit keer een Franse opening op het bord waarbij wit lang rokeerde. Ik verwisselde twee zetten: deed b5 in plaats van Da5. Mijn mooie paard op c5 moest toen meteen terug en daarna werd het kritiek op mijn koningsvleugel. Ik slaagde er gelukkig nog wel in om te rokeren en de belangrijke aanvalsloper op d3 uit te schakelen. Sebastiaan had daarna wel een open g-lijn om aan te vallen maar speelde het mijns inziens iets te rustig. Ik kon daarna counteren en mijn loper die dood en begraven leek op d7 herrees uit zijn as. Met nog allebei zo'n vier minuten in redelijke tijdnood beland, maakte ik, in gelijkwaardige stelling, de beslissende fout.
Ruben speelde een zijns inziens wat rare partij. Hij leek niet zoveel bereikt te hebben met wit en moest oppassen op zijn geïsoleerde pion op e4. In een dame en toreneindspel ging zijn tegenstander echter de fout in, waardoor Ruben met pionwinst een dame-eindspel in kon gaan. Blijkbaar geldt voor dame-eindspelen niet hetzelfde als voor toreneindspelen, want Ruben wist dit naar winst te voeren! Dat vond ik dus een meevaller, want ik had Rubens partij lange tijd op (maximaal) remise getaxeerd.
En zo was het al weer behoorlijk laat in de middag en stonden we met 3 - 2 achter. Op de resterende drie borden zou er eigenlijk nog één gewonnen moeten worden. Op het bord van Pascal, die vooral met wit de laatste tijd uitstekend in vorm is, zou het moeten gaan gebeuren! Hij had een paard tegen loper eindspel, waarbij hij zijn pionnen al op de juiste veldkleur had staan. Uiteindelijk wist Pascal met zijn koning binnen te marcheren en de winst naar zich toe te trekken. Hulde!
Inmiddels had Pim in zijn op dat moment gelijke stelling enkele niet adequate zetten gedaan, waardoor zijn tegenstandster met haar dame binnenviel en een pion veroverde. Gelukkig voor Pim zat ze daarna krap in haar tijd, wat resulteerde in een snelle dameruil. Tenslotte werd het een eindspel van loper en pion tegen paard, waarbij paardbezitter Pim de pion eenvoudig kon blokkeren. Remise dus, zodat maatregelen à la Co Adriaanse (met het openbaar vervoer naar huis) achterwege konden worden gelaten.
Inmiddels was de partij van Bart - na een middag lang verdedigen - ook in remise geeindigd, waarna we laat, maar een mooi wedstrijdpunt rijker, huiswaarts keerden.

 

DSC Delft (2155) HSC 1 (2051) 4 - 4
Marten Wortel (2320) Ruben Venis (2266) 0 - 1
Joram op den Kelder (2292) Bart Dekker (2226) ½ - ½
Martine Middelveld (2136) Guus Bollen (2035) 1 - 0
Sebastiaan Smits (2171) Hugo Faber (2053) 1 - 0
Lisa Hortensius (2082) Jerzy Cebula (1997) 1 - 0
Martin Glimmerveen (2073) Maarten Smit (1998) 0 - 1
Pauline van Nies (2145) Pascal Boudewijns (1934) 0 - 1
Talitha Munnik (2019) Pim Blijlevens (1895) ½ - ½

 

17 september 2011: HSC 1 - Voerendaal 2 (door Hugo Faber)
Zaterdag 17 september speelde HSC 1 met een lichtelijk gewijzigde opstelling ten opzichte van vorig seizoen tegen het aanzienlijk versterkte team van voormalig 2e klassedegradant Voerendaal 2. We hadden deze dag geluk in de zin, dat ze niet in hun allersterkste opstelling waren gekomen. Dat bood dus kansen, die prima zijn opgepakt door ons.
Maarten opende de score via een overtuigende zege met zwart. Hij verwierf ontwikkelingsvoorsprong en nadat de tegenstander had gerokeerd, was deze zijn eerste pion al kwijt. Op dat moment was er al het een en ander geruild, zodat het al snel een eindspel werd waarin wit geen enkele kans meer kreeg.
Een remise werd behaald door Gerard, die, hoewel aanwezig op de jaarvergadering van de dinsdag ervoor, was vergeten dat we een externe wedstrijd hadden! Om 13.55 uur verscheen hij dan toch. Hij deed dit keer geen al te gekke dingen met zwart en koerste op remise aan met instemming van de tegenstander.
Bij Ruben vertrouwde ik het niet helemaal. Wit had mogelijkheden op de koningsvleugel en dame en loper van Ruben stonden enigszins verdwaald aan de andere kant van het bord. Ongetwijfeld heeft tegenstander Peerlings nog wel mogelijkheden gehad, maar die werden niet benut, zodat het tenslotte remise werd.
Ik won zowaar weer eens en nog wel verdiend! Na een kleine combinatie won ik dame tegen twee torens en snoepte ik daarna snel twee pionnen van het bord. Een mataanval van mijn kant besliste de partij. Na afloop vroegen diverse leden zich af wanneer mijn laatste overwinning in de externe was geweest. Ik had dat niet meteen paraat, en dus deden schromelijk overdreven schattingen de ronde (tot wel 54 jaar geleden). Welnu, dat was 1 jaar en 4 maanden geleden...
Guus kreeg een c3-variant van het Siciliaans en speelde dat niet helemaal accuraat tegen; na een uitval van een wit paard naar b5 moest hij noodgedwongen Pa6 doen om veld c7 te dekken. De gevolgen daarvan bleven tot in het eindspel zichtbaar. Guus verloor een pion zonder compensatie en moest uiteindelijk capituleren.
Debutant Jerzy leek aanvankelijk op een remise af te koersen, maar raakte een pion kwijt in een paardeneindspel. Heeft toen een trucje gehad (dat ik helaas niet heb gezien), waardoor plotseling winst voor het grijpen lag. Dit liet hij echter in remise verzanden.
Bart kreeg een prettige stelling met een wit aanvalspaard op f5. Wat onverwacht voor mij werd daarna de stelling dichtgeschoven waarbij zwarts paarden naar de onderste rij werden verjaagd. Daar konden ze zo weinig doen, dat zelfs John van Rooij er niet tevreden mee zou zijn geweest. Via een stukoffer wist Bart de stelling en koningsvleugel te openen en dat resulteerde tenslotte in een overwinning.
De partij van Paul zag er redelijk ingewikkeld uit. Ik heb er tot mijn spijt niet zoveel van gevolgd (nog te druk bezig met het koesteren van mijn overwinning), maar Paul wist wel een h-pion op de zevende rij te krijgen. We moesten nog wel enige tijd wachten op het op dat moment ingecalculeerde punt, maar dat kwam er uiteindelijk dan toch.
Een mooie start tegen een tegenstander, die vandaag op papier gelijkwaardig was.

 

HSC 1 (2076) Voerendaal 2 (2071) 5½ - 2½
Ruben Venis (2266) Camiel Peerlings (2213) ½ - ½
Bart Dekker (2226) Jurgen Fuhs (2015) 1 - 0
Guus Bollen (2035) Luc Zimmermann (2069) 0 - 1
Hugo Faber (2053) Henk Temmink (2201) 1 - 0
Gerard van de Kerkhof (2028) Marcel Winkels (1978) ½ - ½
Paul van Asseldonk (2002) Philipp Schapotschnikow (-) 1 - 0
Maarten Smit (1998) Roger Hünen (1993) 1 - 0
Jerzy Cebula (1997) Bart van der Zwet (2028) ½ - ½

Ons clublokaal

KNSB

NBSB

JSC De Pionier