Verslagen van HSC 1
Ronde 7 (8 maart): HSC 1 - RSC 't Pionneke
Afgelopen zaterdag speelden we tegen een oude bekende, te weten ‘t Pionneke. In 2018 hadden we onze laatste krachtmeting met praktisch hetzelfde team. Van hun team waren er 5 die ook in 2018 meededen. Alhoewel ‘t Pionneke op papier toch nog flink wat sterker leek, zag het er op de borden in de speelzaal – net als buiten – best wel zonnig uit. 3 remises tegen niet de minste tegenstanders en op de borden van Johan en Pim zag het er goed uit en op de andere borden ook nog geen reden tot klagen. Jammer genoeg moet ik weer in herhaling vallen ten opzichte van eerdere keren. Oftewel: we lieten het weer eens liggen.
Gerard noteerde de eerste remise. Het was wel een relatieve remise, maar wel tegen een op papier goede tegenstander. Ook leek de remise wel gerechtvaardigd. De stelling was dichtgeschoven en op de damevleugel was niets te halen en op de koningsvleugel was er een open g-lijn die door zwart bezet kon worden. Een inval kon echter worden voorkomen door Gerard.
Daarna kwam ook Paul tot een remise. Hij had in een middenspel een iets betere pionnenstructuur overgehouden, maar daar had zwart wel een actievere stelling voor.
Ten slotte kwam ik ook tot een remise. Via een tijdelijk stukoffer (objectief waarschijnlijk niet de beste zet) voor een pion kon ik een stuk terugwinnen. Collega-teamcaptain Ivan offerde daarop zijn loper terug voor een pion en won daarna nog een pion. Na een snelle dameruil won ik uiteindelijk mijn pion terug en kwam ik toch nog redelijk makkelijk tot de remise.
De Bart van dit seizoen is geen schim meer van de Bart van 2 seizoenen terug, toen hij met 8 uit 9 (gem. bord 1,56) topscoorder werd. Hopelijk is dat van tijdelijke aard. Vanmiddag ging het van kwaad tot erger toen hij vanuit het niets met een verkeerde damezet pardoes een stuk verloor in gelijke stelling. Ontzettend jammer!
Johan had tegen de Caro Kann lang gerokeerd en kreeg na een opmars van zijn h-pion mooie kansen tegen de zwarte koning. Dat leidde nog niet tot een beslissende koningsaanval, maar na uiteindelijk wel tot een toreneindspel met pluspionnen. Daar zaten echter wel 2 dubbelpionnen op de f-lijn bij. Johan verloor zij achterste f-pion maar kon zijn voorste f-pion gelukkig behouden. Daarmee was promotie niet meer tegen te houden.
Ruben moest de hele middag in de verdediging en belandde uiteindelijk in een T+2 pi tegen T eindspel. Ruben was de T-partij en hij had geen kans tegen zijn tegenstander die het goed uitspeelde.
De partij van Maarten had ook een niet voorziene afloop. Wit begon een aanval en kwam later met een loperoffer op h6 dat ongevaarlijk was. Gxh6 was dus gewoon goed geweest, maar Maarten reageerde er anders op. De afwikkeling, die hij koos leverde hem (tijdelijk) een pion meer op, maar toen die was verdwenen had wit in het T+L tegen T+P eindspel een veel sterkere loper dan het paard van Maarten. Dat kwam nog meer tot uiting nadat de torens waren geruild. Het eindspel was toen verloren. Ook hier heel jammer: winst of in elk geval een half punt was hier zeker mogelijk geweest.
De laatste partij was die van Pim en die duurde meer dan 5 uur. Er gebeurde dan ook van alles in. Eerst won Pim een stuk al was dat wel tegen 2 pionnen. Na een (te?) vroege dameruil kon wit op de koningsvleugel een pionnenfront vormen, dat niet makkelijk te kraken leek. Later gaf Pim het stuk terug en moest hij een opstomende h-pion tegen houden en dat lukte met 2 torens op de h-lijn. Wit kon toen eeuwig schaak geven, maar liet dat lopen en ruilde een toren. In het overgebleven toreneindspel was er toen dus weer wat voor Pim om verder te spelen. Nog steeds bleef het moeilijk met wit ten slotte een vrije a-pion en Pim een vrije c-pion. Uiteindelijk kon Pim zijn toren geven in ruil voor promotie en toen werd het dus dame tegen toren. Voor de damepartij is dat veel makkelijker te spelen dan de torenpartij, zeker als beide spelers slechts enkele minuten over hebben. Pim speelde dat dan ook terecht door en zorgde ervoor dat koning en toren uit elkaar werden gespeeld en won dus uiteindelijk.
En zo bleven we weer met lege handen achter. Gelukkig wel met 3½ bordpunten rijker. Die zouden ons nog wel eens van pas kunnen komen.
HSC 1 (2027) | RSC 't Pionneke 1 (2077) | 3½-4½ |
Ruben Venis (2148) | Mark Meyers (2250) | 0-1 |
Bart Dekker (2116) | Eduard Coenen (2143) | 0-1 |
Hugo Faber (2051) | Ivan Utama (2143) | ½-½ |
Gerard van de Kerkhof (2050) | Jan van Mechelen (2156) | ½-½ |
Maarten Smit (1996) | Guido Royakkers (2053) | 0-1 |
Paul van Asseldonk (1946) | Robert Schuermans (1995) | ½-½ |
Pim Blijlevens (1884) | Paul Aben (1966) | 1-0 |
Johan Wuijts (2025) | Narcis Sofic (1912) | 1-0 |
Ronde 6 (8 februari): Zuid-Limburg 3 - HSC 1 (door Hugo Faber)
Afgelopen zaterdag moest het treffen tegen Zuid-Limburg 3 toch maar eens een overwinning opleveren. We hadden tot nu toe een beetje pech dat we een aantal keren niet in de sterkst mogelijke opstelling hebben kunnen spelen. Echter hebben we het er ook zelf een beetje naar gemaakt door een eenmaal verkregen voorsprong in bordpunten niet in harde wedstrijdpunten om te zetten.
Zuid-Limburg trad met zeker 6 teams aan, waarbij alle teams in lange rijen evenwijdig aan elkaar speelden. Daardoor was het voor mij als playing reporter ietwat lastig om vanuit bord 1 (waar ik zelf zat) even te kijken naar wat er op bord 8 (Gerard) gebeurde. Die partij is dan ook in de loop van de middag stilletjes remise geworden, zonder dat ik er veel van mee had gekregen. Aan de bar werd de partij door mij en enkele teamgenoten “gecheckt”. Het bleek geen hele snelle remise te zijn geworden, maar ook weer geen een waarin doorspelen nog extra perspectief zou bieden.
Paul plantte in een Siciliaans maar meteen een wit paard op op d5 (en dat is vaak goed). Na wat schermutselingen leek Paul daar niet veel mee opgeschoten te zijn, maar even later kon hij met een toren op de achterste rij een schaak geven. Een zwart stuk ertussen, maar dat werd uiteraard nog een keer aangevallen en toen leidde dat tot verlies van een – ander – stuk. Uiteraard geen probleem verder voor Paul.
Bart had een niet eens zo makkelijke partij. Hij richtte zich op een traditionele zwakke plek: de pion op veld f7 en hij veroverde die pion ook met zijn dame. Daarmee had hij dame en ook een toren op de f-lijn. Dat leidde nog niet tot een mat op f8, maar zwart had het toen al wel moeilijk. Na dameruil leek het erop of zwart het ergste al had gehad, maar hij bleek zwak op de zwarte velden rondom zijn zwarte koning. Het omspelen van de zwartveldige loper naar die velden leidde dan ook tot de winst voor Bart.
Zelf leek ik enigszins in de problemen te komen omdat mijn achtergebleven witte pion op d4 onder zou vuur zou (kunnen) worden genomen door zwarts paard, loper en dame. Dat wist ik te verhinderen. Ik moest nog wel even letten op een aanval van dame en pionnen op mijn koningsvleugel, maar toen ging zwart heel erg in de fout: hij pakte 2 stukken voor een toren, maar daarna was mijn toren in stelling gebracht en ik kon na pakken van een pion met schaak met dame en toren de partij beslissen.
Ruben wist na het zetten van een zwart paard op d3 (een inktvis) dit te transformeren in een vrijpion op d3, die met escorte naar promotieveld d1 zou worden begeleid. Ruben vertelde zelf, dat hij het op het laatst nog wat onzeker speelde, ook omdat zijn tegenstander het creatief verdedigde, maar uiteindelijk verschenen er twee zwarte dames op het bord!
Zo’n luxe van een ½-4½ voorsprong hadden we al een hele tijd niet meer gehad. De overige spelers hoefden dus niets meer te forceren.
Pim moest al vrij vroeg na een schaak zijn koning van e1 naar f1 spelen. Dat was toch wel wat vroeg en omdat de toren van h1 in het spel gebracht moest worden, moest de koning later naar e2 toe. Dat kostte veel tijd en daarin had zwart het inmiddels overgenomen en kostte het Pim een pion. Met twee tegen een pion op de damevleugel in het eindspel liep het ten slotte slecht af voor Pim.
Maarten was in zijn partij de hele middag aan het verdedigen en hij voelde zich uiteindelijk genoodzaakt om een kwaliteit te offeren. Daar kreeg hij ook wat pionnen bij en dat was voldoende om een T+T tegen T+P eindspel remise te houden.
Ten slotte had ook Johan een lastige partij, waarin hij zijn slechte loper van c8 nauwelijks wist te ontwikkelen. Wit stond hem toe om de loper op d7 te zetten, maar daarna ging diens aanval verder. Ik dacht dat wit binnen zou vallen, maar uiteindelijk kwam Johan in een toreneindspel terecht. Hij had daarin wel materiaal minder en ten slotte werd dat een toren en pion tegen toren, waarin de klassieke “brug” werd gelegd om de witte koning te beschermen tegen schaaks.
Gelukkig dus een overwinning, maar daarmee staan we nog wel steeds 9e, in de gevarenzone dus met nog diverse sterke tegenstanders te gaan. Gelukkig degraderen niet alle zes de nummers 9 van de 3e klasse, maar de slechtste vier! Er is dus nog hoop.
Zuid-Limburg 3 (1973) | HSC 1 (2014) | 3-5 |
Tom Vrouenraets (1908) | Hugo Faber (2027) | 0-1 |
Gino de Mon (2051) | Johan Wuijts (1997) | 1-0 |
Guus van den Akker (1970) | Bart Dekker (2108) | 0-1 |
Leon de Vries (2029) | Ruben Venis (2133) | 0-1 |
Sander Bachaus (2005) | Pim Blijlevens (1863) | 1-0 |
Rien Seip (1912) | Maarten Smit (1999) | ½-½ |
Akul Gupta (1975) | Paul van Asseldonk (1932) | 0-1 |
Jan Fober (1936) | Gerard van de Kerkhof (2054) | ½-½ |
Ronde 5 (14 december): HSC 1 - De Combinatie 1 (door Hugo Faber)
In de 5e ronde zijn de HSC 1-teamgenoten en ik onbekommerd verder gegaan met het niet vastgrijpen van de hen toegeworpen reddingsboeien. Als we alle kansen van eerdere wedstrijden hadden benut, dan zouden we nu in de top van de ranglijst te vinden zijn. Het zwaarste programma hebben we nog niet gehad……, want de topteams moeten we in het nieuwe jaar nog krijgen. Snel naar de wedstrijd dan maar tegen De Combinatie.
Gerard was in Brazilië op familiebezoek en daarom viel John in. Zoals altijd zette hij zijn partij goed op, maar toch leek hij geen poot aan de grond te krijgen en kwam zijn tegenstander beter te staan. Plotseling was de partij afgelopen: zwart had geblunderd. Dat is altijd een prettig begin als een invaller wint.
Ik heb van de partij van Johan niet heel veel gezien, maar ik zag wel dat hij maar liefst 3 (geïsoleerde) pionnen op de c-lijn had. Qua aantal pionnen had hij er een meer, maar uiteraard had dat geen betekenis. Ooit iemand met een triplepion zien winnen? Ik niet in elk geval. Johan moest het dan ook met een nederlaag bekopen.
De jeugdige tegenstander van Maarten leek het initiatief te pakken, maar hij ging daarna iets te optimistisch verder:
In de stelling hierboven had zwart een pionnnetje op f2 meegepakt, maar dat was te veel van het goede: 1.Te8+ Pf8 2.Kc1! Td3 3.Le2 en nu verlies zwart een kwaliteit 3…Lxa7 4.Lxd3 en de rest was een kwestie van techniek.
Zelf speelde ik een "teamleider-wedstrijd". Ik moest het sterke witte centrum bestrijden en om het wit niet te makkelijk te maken nam ik mijn toevlucht tot wat gewaagde zetten om het centrum te proberen te verzwakken. Dat lukte me zowaar en ik leek de overhand te krijgen. Natuurlijk zat ik weer krap in mijn tijd, maar met mijn vorige echec tegen Maastricht op bord 1 nog in gedachten, waarin ik een gewonnen tot goede stelling nog verprutste, nam ik nu een snelle beslissing: niet piekeren over een aanval, maar elimineren van het witte centrum (wat mijn oorspronkelijke plan was). Daarna was het niet zo duidelijk meer voor mij. Wit bood remise aan en met onze gunstige tussenstand nam ik dat aan.
Pauls partij lijkt de hele evenwicht te zijn geweest. Ik heb geen moment gezien waarin hij of zijn eveneens jonge tegenstander beter zou hebben gestaan. In een wederzijds L + P-eindspel schoven beiden nog wat houtjes heen en weer, maar uiteindelijk leidde dat tot een remise-uitkomst.
De laatste drie partijen waren daarna nog in volle gang. We hadden een punt voorsprong en we moesten dat zien vast te houden, want er leken geen winstmogelijkheden te zijn…, maar Pim kreeg zowaar twee keer (op verschillende momenten) een winstkans! Allereerst had hij een moeizame verdediging moeten doorstaan om ten slotte in een dubbeltoreneindspel te belanden. Daarin stond hij wel een pion achter, maar hij had daar best wel compensatie door vanwege de slechte positie van de witte koning. Onverwacht kwamen er plots een tweetal winstkansen. Jammer genoeg reageerde Pim beide keren op de "logische" manier: een keer door terug te slaan en een keer door een toren achter een vrijpion te zetten. Hieronder de eerste – onverwachte – winstkans.
1…d3! Een logische zet. Na 2.cxd3 volgt Tc1 en mat 2.Txc3 en nu speelde Pim 2…Txc3? Direct na de partij gaf John aan dat dxe2 wint! En inderdaad... Na 3.Txe3 Td8! kan wit opgeven. Uiteindelijk werd het remise.
Bart verloor wat ongelukkig. In een eindspel met een ver doorgeschoven witte vrijpion, die ten dode leek opgeschreven te zijn, koos wit er wijselijk voor om een kwaliteit te offeren waarna een loper tegen toreneindspel ontstond. Het begon gevaarlijk te worden toen wit zijn koning op de damevleugel posteerde en met 2 vrijpionnen ging lopen. Bart had dat nog wel remise kunnen houden, maar hij koos een verkeerd plan waardoor hij even later moest capituleren.
Ruben ten slotte werd langdurig op de proef gesteld. Na een snelle dameruil, leek het alsof zwart remiseaspiraties had, maar niets bleek minder waar. In een eindspel met gereduceerd materiaal – paard tegen loper - kwam Ruben toch behoorlijk moeilijk te staan en dat werd nog iets erger toen zwart een pion voor kwam te staan met 2 pionnen tegen 1 pion. Toch slaagde hij er in om met zijn overgebleven pion naar voren te lopen, daarmee ook de zwarte koning terugdrijvend. Uiteindelijk was hij met koning en paard op tijd terug aan de rechterkant van het bord, waar nog een zwarte h-pion stond. Die pion kon uiteraard nooit straffeloos promoveren en zo werd dit toch nog remise.
Hopelijk meer succes in het komende jaar! We moeten toch wel 1 wedstrijd kunnen winnen?
HSC 1 (1994) | De Combinatie 1 (2038) | 4-4 |
Bart Dekker (2118) | Maurice Swinkels (2186) | 0-1 |
Ruben Venis (2129) | Egbert Clevers (2253) | ½-½ |
Hugo Faber (2005) | Rob Aarts (2164) | ½-½ |
Maarten Smit (1989) | Freek Thijssen (1924) | 1-0 |
Paul van Asseldonk (1931) | Boyd Leenen (1970) | ½-½ |
Johan Wuijts (1952) | Gerard van den Berg (2023) | 0-1 |
Pim Blijlevens (1861) | Jos Swinkels (1907) | ½-½ |
John van Rooij (1970) | Peter Ramaekers (1879) | 1-0 |
Ronde 4 (23 november): Maastricht 1 - HSC 1 (door Hugo Faber)
We hebben deze middag op geen enkele manier uitzicht op matchwinst, maar een 4-4 was mogelijk geweest. Het faalspook waart echter rond en heeft al diverse slachtoffers gemaakt. In de vorige ronde sloeg het spook hard toe: Bart, Johan en Paul waren toen degenen die hun ogenschijnlijke winststellingen wisten te transformeren naar verlies. Nu moest ik eraan geloven.
Maarten was als eerste klaar. Zijn tegenstander had met wit wat meer ruimte, maar kon er niet doorheen komen. Het resultaat was uiteindelijk D+T tegen D+T, waarbij wit een pion kon winnen, maar zwart ook, dus werd het remise.
Paul ging ook nu ergens in de fout. Ik zag zijn toren op een gegeven moment op een wat onnatuurlijke plaats staan. Deze toren verdween later van het bord in een kwaliteitsverlies. Toen zwart het centrum begon te bestoken en wit op de damevleugel maar moeilijk tot ontwikkeling kon komen was het wel klaar.
Pim was een half uurtje later in de speelzaal vanwege autoproblemen die hij de dag ervoor had gekregen. Van dat tijdsverschil heeft hij weinig last gehad, want hij maakte remise.
Ik had mijzelf - vanwege mijn goede vorm van de laatste tijd – op bord 1 gezet en dat begon helemaal niet verkeerd met wit tegen Jelmer Veltman (2180):
Nu bleef ik worstelen omdat ik net als Jelmer weinig tijd had en er ook gewoon geen “killer move” in de stelling zat. Met al mijn voordeel inmiddels weggegeven, ging ik op zet 39 door de vlag.
Inmiddels dus 2 nullen achter en daar kwam ook geen winst meer bij. Gerard en Ruben hebben geen zicht op de winst gehad en Bart leek in eerste instantie wel voordeel te hebben, maar hij geraakte in een waar mijnenveld waardoor het riskant werd om verder te spelen.
Johan, ten slotte, was nog lang bezig. Beide spelers hadden een randpion en een stuk. Deze werden tegen elkaar geruild en Johans tegenstander haalde iets eerder een dame. De h-pion van Johan was inmiddels naar h2 opgerukt, dus een theoretische remise. Wit nam echter nog een klein examen af waarbij Johan geduldig zijn koning iedere keer weer in patpositie op h1 neerzette. Wit zag dat verder spelen nutteloos was en er werd tot remise besloten. We blijven wachten op onze eerste overwinning…
Maastricht 1 (2052) | HSC 1 (2003) | 5-3 |
Jelmer Veltman (2180) | Hugo Faber (1980) | 1-0 |
Michal Bodicky (2185) | Ruben Venis (2131) | ½-½ |
Paula-Alexandra Gita (2063) | Bart Dekker (2135) | ½-½ |
Redzep Skrijelj (2052) | Johan Wuijts (1971) | ½-½ |
Frans Helmond (1998) | Pim Blijlevens (1818) | ½-½ |
Ilya Stetsenko (1934) | Maarten Smit (1977) | ½-½ |
Jasper Zilverberg (2004) | Paul van Asseldonk (1954) | 1-0 |
Maarten van Laatum (2002) | Gerard van de Kerkhof (2056) | ½-½ |
Ronde 3 (9 november): HSC 1 - ASV 3 (door Hugo Faber)
Gisteren speelde ons – voormalig – sterrenteam een wedstrijd om maar snel te vergeten. Diverse HSC'ers faalden opzichtig. Slechts de helft van het team kon zich aan de malaise onttrekken. Lees en huiver.
Zelfde opende ik de score in ons voordeel. In een wat riskante partij, waarin ik – blijkbaar door Gerard geïnspireerd – afzag van een rokade. In plaats daarvan opereerde ik op beide vleugels. Na een pionnenopmars h5-h4-h3 viel ik met mijn dame via de damevleugel binnen. Daarna offerde ik mijn (dubbele) f-pion op f5 om mijn slechte op d7 te kunnen activeren. Nadat mijn loper op f5 was verschenen gaf wit een toren weg en kon meteen opgeven.
Maarten vond dat hij wel erg laag zat maar ik kon hem tegemoetkomen door invaller Retze op bord 8 zetten en hem zelf aan een hoger witbord te laten spelen. Dat verliep goed en hij kreeg een stelling met pionnen op c4 en d4 tegenover een dame op c6 en dat v r a a g t natuurlijk om d4-d5. Dat deed Maarten dan ook, maar daarna werd het nog best ingewikkeld.
Met nog wat flinke tijdnood speelde Maarten in deze stelling 29.Lb4 met het idee om na 29…Txa7 30 Lxc5 bxc5 31. Kxf2 te kunnen doen. Zwart had inmiddels ook tijdnood en speelde 31…Ld4? Na 32.Kd2 volgde 32…Pf6? 33. d6 Te8 34.Pxd4 met stukwinst.
Dan maar even verder met partijen die we niet verloren. Pim won – na zeer lange tijd (de laatste keer was zeker anderhalf seizoen geleden). Het werd een complexe partij, waarbij wit in een bekende openingsvariant op g7 insloeg en daarna met een h-pion begon te lopen. Die was op een gegeven moment zover gevorderd dat wit zijn eigen dame had ingesloten en dat zat hem uiteraard in de weg. Enige zetten later had Pim door het slaan van de genoemde h-pion de heerschappij over de h-lijn verkregen (wit had kort gerokeerd). Na een fout van wit volgde een dameschaak en wit moest een stuk geven op straffe van mat.
Ruben had wel iets uit zijn stelling door wat vroeger een aanval in het centrum in te zetten. Nu liet hij spanning aldaar ietwat te lang intact waardoor een mogelijk voordeel verwaterde. Het werd dus remise.
Inmiddels hadden we ook wat partijen verloren. Retze, invaller voor Gerard, kreeg een stelling waarmee te “werken” viel, maar hij had waarschijnlijk meer op de koningsaanval moeten inzetten. In plaats daarvan speelde hij b2-b4 op de damevleugel waar hij al niet de macht had. Daarmee verkreeg zwart een aanknopingspunt om daar aan te vallen. Hij verkreeg een pion en toen nog een en toen nog een en toen was het wel klaar.
Paul had een loperpaar in een inmiddels naderend eindspel en stond ook prima zo leek het, maar hij wist zijn eindspel nog te verliezen.
Voor het volgende fragment zou ik een zakdoek in de buurt houden, gewoon voor de zekerheid ;-)
In deze stelling speelde Johan 21.Lg5?! Lxf3 22.Td7+ Kg6 23.Dxe6 Kxg5 had het nog goed kunnen komen als wit eerst 24.h4! had gespeeld. Na 24.gxf3 h5 ging Johan, wellicht ook door wedstrijdspanning, uiteindelijk ten onder.
Bart, ten slotte, had een veelbelovende stelling en in "normale" doen zou hij dit gewoon tot winst hebben geleid. Hij kwam echter ook in tijdnood en net toen ik hem toevoegde dat hij in elk geval niet mocht verliezen, (het stond inmiddels 3½- 3½) bleek hij al een stuk te hebben weg gegeven.
We hebben dus volkomen onnodig verloren. Gelukkig hebben we nog twee weken om ons geestelijk bij elkaar te rapen voor de ongetwijfeld zware wedstrijd tegen Maastricht.
HSC 1 (1978) | ASV 3 (1980) | 3½-4½ |
Bart Dekker (2135) | Koen Maassen van den Brink (2042) | 0-1 |
Ruben Venis (2131) | Bent Schleipfenbauer (2001) | ½-½ |
Hugo Faber (1980) | Roy Vink (1968) | 1-0 |
Maarten Smit (1977) | Marc Sterk (1999) | 1-0 |
Pim Blijlevens (1818) | Remco Gerlich (1945) | 1-0 |
Johan Wuijts (1971) | Jan Knuiman (1998) | 0-1 |
Paul van Asseldonk (1954) | Wouter Abrahamse (1955) | 0-1 |
Retze Faber (1859) | Murat Duman (1929) | 0-1 |
Ronde 2 (12 oktober): HSC 1 - OSV 1 (door Hugo Faber)
Na de wat teleurstellend verlopen wedstrijd tegen PION/Mook combinatie was de hoop dat het tegen promovendus OSV (Oss) wat beter zou gaan. OSV kon echter wel een behoorlijk team op de been brengen, dus overmatig optimistisch moesten we nu ook niet zijn. Gerard opende de score wel erg snel. Na een zet of tien werd al tot remise besloten. De stelling was op dat moment gelijk (maar dat kan je van talloze stellingen na een kort aantal zetten zeggen). Misschien was Gerard niet zo tevreden met wat zijn opening had opgeleverd.
Johan kwam ook niet verder dan remise, maar dat leek in zijn remise gegeven stelling wel op zijn plaats. Wit bestreek met 2 torens de c- en d-lijn en leek optisch wel wat beter te staan, dus geen reden om iets te gaan forceren.
Na de ongelukkige remise uit de eerste ronde was Maarten uiteraard uit op een punt. Tegenstander Cox verleende weinig medewerking, maar toonde zich ook niet ambitieus. Hij ruilde snel dames en accepteerde een mindere stelling. Maarten zag niet hoe nu verder en bood zelf toch maar remise aan. Dat voorstel werd vliegensvlug aangenomen.
Wat Bart de vorige keer niet lukte, lukt hem nu wel: een aanval op de kort gerokeerde zwarte koning, zonder dat zwart een aanknopingspunt had tegen de lang gerokeerde witte koning. Na een inval met de toren op de h-lijn was het snel klaar.
Ruben heeft waarschijnlijk snel het gevoel gehad dat er keer weer eens wat meer in zat dan remise. In een Franse verdediging wist hij zijn f-pion op f3 te zetten, daarmee wit opzadelend met een zwak punt na gxf3. Logischerwijs zette Ruben de aanval in op dit zwakke punt. Toen hij met de dame op f3 insloeg werd de winst geforceerd.
Pim speelde tegen een oud (team)lid van ons, te weten Bert van de Donk. Na een flankopening was wits doel uiteraard de koningsvleugel, maar de stelling schatte ik zelf in als zijnde gelijk. Even later keek ik nog eens en toen zag ik een stelling die uit een totaal andere partij leek te komen en waarin Pim een kwaliteit was kwijtgeraakt. Het T+T tegen T+P paard eindspel was niet te houden.
Zelf was ik enigszins in moeilijkheden geraakt en moest ik mijn stelling remise zien te houden, Dat viel nog niet mee met een slecht paard.
Stelling na de 39e zet van wit. 39…Pa3 dan maar. 40.c4. Verrassend 40...dxc4. Pxc4 vond ik er wat eng uitzien na een mogelijk 41. Lb4. 41. d5! Een tweede verrassing en meteen een onaangename! 41… cxd5 gaat nu niet vanwege 42. Lb4! 41...Pb5 42. d6 Pb5. Sommige zetten op mijn notatieformulier zijn onleesbaar, dus ik weet niet exact meer hoe het verder ging, maar het kwam er op neer dat wit zou moeten lopen met zijn koning, daarmee mij de gelegenheid geven tot een opmars van mijn c-pion en ruil van loper tegen de pion. Het paard zou dan geruild moeten worden tegen een inmiddels opgerukte h-pion. Probleem is daarbij wel dat het paard op de terugweg zowel de pionnen op e5 als c5 zou moeten pakken. Conclusie: ik ben wellicht aan een nederlaag ontsnapt. Wit durfde het niet aan en ik beperkte me dus ook tot het heen en weer schuiven van de koning. Remise dus.
Paul was als laatste bezig. Zijn partij ging een hele tijd gelijk op. In een resterend P-tegen-L-eindspel was het een wedloop van pionnen voor promotie, Paul met een meerderheid op de damevleugel en zijn tegenstander met zwarte g- en h-pionnen. Op een gegeven moment meende Paul een studieachtig motief te zien: hij plaatste zijn paard bij de loper en koning van zwart met als doel tot een ongehinderde promotie te komen. Het paard werd echter gepakt en even later volgde na promotie van Pauls pion een ontnuchterend antwoord van zwart: loperschaak op de diagronaal b8 (witte dame) – h2 (witte koning). Na gedwongen ruil van dame tegen loper was het pionneneindspel gewonnen en bereikte OSV zo een gelijkspel.
HSC 1 (2002) | OSV 1 (2001) | 4-4 |
Ruben Venis (2118) | Fred Hallebeek (2148) | 1-0 |
Bart Dekker (2126) | Nico Schouten (2046) | 1-0 |
Hugo Faber (1971) | Henk van der Wijst (1969) | ½-½ |
Gerard van de Kerkhof (2056) | John Klein Douwel (1912) | ½-½ |
Johan Wuijts (1982) | Jesus Jara (1969) | ½-½ |
Pim Blijlevens (1819) | Bert van de Donk (2107) | 0-1 |
Maarten Smit (1979) | Jaques Cox (1915) | ½-½ |
Paul van Asseldonk (1967) | Ilko Savov (1941) | 0-1 |
Ronde 1 (21 september): PION/Mook combinatie 1 - HSC 1 (door Hugo Faber)
Afgelopen zaterdag troffen we in onze eerste wedstrijd van het nieuwe seizoen een oude bekende, te weten PION uit Groesbeek, tegenwoordig PION/Mook Combinatie geheten. Overigens voelde onze nieuwe poulenaam ook weer vertrouwd aan: 3F.
Na minder dan anderhalf uur spelen was Ruben al klaar met een remise. Blijkbaar voelde hij zich niet helemaal senang met zijn zwarte stelling, maar een beetje jammer vond ik dat toch wel.
Dat niet senang voelen zal nog sterker voor Bart hebben gegolden. In zijn partij kwam de beoogde koningsaanval niet van de grond en die van zijn tegenstander tegen de lang gerokeerde witte koning wel. Bart kwam snel slechter te staan en moest toen continu in de verdediging en zoiets is lastig vol te houden. Zijn nederlaag kwam dan ook niet als een verrassing voor mij.
Gerard hield zijn tegenstander succesvol op remise. Weliswaar kon die met dame en toren via de c-lijn binnenkomen, maar Gerard hield stand. Uiteindelijk bleef er een ongelijk lopereindspel over, dat (uiteraard) makkelijk remise was houden ondanks een minuspion.
In de partij van Pim deden beide spelers wat vreemde dingen met hun zwartveldige lopers. Wit zette zijn loper op b2 en blokkeerde toen de diagonaal a1-h8 met een pion en een paard en de loper van Pim ging op f4 staan. Een aantal zetten later hadden die lopers een logischere positie ingenomen: de witte op f4 en de zwarte op g7. Voor de rest gebeurde er niet veel meer, zodat Pim het remiseaanbod van zijn tegenstander maar aannam.
Zelf slaagde ik erin om de stand gelijk te trekken. Na ik en zwart onze koningen op h1 en h8 in veiligheid hadden gebracht trok ik met g2-g4 ten strijde. Het daardoor weggejaagde paard op f5 werd op h4 afgeruild en vervolgens kreeg ik een mooi pionnenmuurtje e5, f4, g4 en h3 tegen de zwarte koningsvleugel. f4-f5 zou fataal voor zwart zijn en ook onvermijdelijk. Een zet voor mijn geplande f4-f5 ging zwart flink in de fout en gaf toen op.
Ook Johan verloor met wit met een langgerokeerde koning. Zwart deed een soort van "John van Rooij-verdediging": terughoudend spel en met stukken uitsluitend op de laatste 3 rijen. Merk op dat dit niet HET drierijensysteem is. In dat systeem zet zwart zijn torens op c8 en d8 en speelt zijn dame naar c7 en vervolgens naar b8. Zoals het nu ging werd de stelling in het centrum geopend, maar daardoor werd zwarts loper op g7 opeens heel sterk en kon Johan het uiteindelijk niet meer bolwerken.
Paul speelde een knappe partij vond ik, door op het moment dat de duimschroeven zouden worden aangedraaid met een a4-a5 van wit (en die dat dus verzuimde), zelf met een opstoot b7-b5 te komen. Dat verloor tijdelijk een pion maar bevrijdde zijn stelling wel. Paul wist zelfs het initatief in het eindspel naar zich toe te trekken met dameruil waarna - in een lopereindspel - een gevaarlijke pion op b3 overbleef. Paul wist met de pion op b3 te promoveren, maar jammer genoeg kon wit door alert te reageren, dat ook met zijn d-pion. Paul had toen wel een loper meer, maar dat betekende niet zoveel omdat zijn koning niet uit schaaks zou kunnen komen. Paul verloor door een foutje even later zijn loper, maar dat betekende ook niet veel, zodat het inderdaad remise werd.
Maarten zal zich ongetwijfeld zijn terugkeer bij ons anders hebben voorgesteld en zijn verkregen stelling gaf daar ook alle aanleiding toe. Hij had zijn tegenstander de hele tijd onder druk gezet en in het resterende toreneindspel - met een pion meer - zou dit in een punt omgezet moeten worden. Ik rekende dus al op een 4-4 einduitslag. Helaas, helaas. Ik verliet even de speelzaal en toen ik weer terugkwam, zag ik dat er van het voordeel totaal niets meer over was en dat de pluspion zou verdwijnen. Na afloop verklaarde Maarten dat hij een verkeerd plan had gekozen, waardoor de stelling in remise verzandde.
Ik hoop dat het volgende keer tegen promovendus OSV (Oss) wat beter gaat, ook al lijkt dat ook een behoorlijk team te zijn.
PION/Mook combinatie 1 (2008) | HSC 1 (2018) | 4½-3½ |
John Pouwels (2092) | Bart Dekker (2139) | 1-0 |
Theo Wijnhoven (2046) | Ruben Venis (2120) | ½-½ |
Wim Molenkamp (2030) | Johan Wuijts (2018) | 1-0 |
Luuk de Ruijter (2170) | Gerard van de Kerkhof (2052) | ½-½ |
Wopke Veenstra (1984) | Maarten Smit (1979) | ½-½ |
Jan Fleuren (2028) | Paul van Asseldonk (1965) | ½-½ |
Toon Janssen (1937) | Hugo Faber (1959) | 0-1 |
Michel Auwens (1779) | Pim Blijlevens (1910) | ½-½ |