Helmondse Schaakclub

Verslagen van HSC 1

 

6 november 2021: Eindhoven 2 - HSC 1 (door Hugo Faber)
Nu de resultaten van HSC 1 uitblijven, begint het schrijven van een wedstrijdverslag een beetje een hondenbaan te worden. We moeten ons natuurlijk wel enigszins verantwoorden voor onze belabberde prestaties, dus toch maar weer een schrijfsel van mijn hand.
Het onderaan staande Eindhoven 2 leek in de derde ronde de ideale tegenstander om ons zelfvertrouwen weer wat op te krikken, maar daar kwam niets van terecht. We begonnen met enkele remises van Paul en Bart. De tegenstander van Bart speelde ook nog eens voluit op de remise, tja dat heb je dan soms niet in de hand. Pim en Johan vroegen of ze remise konden aannemen, respectievelijk aanbieden en ik stemde toe, want het zag er niet heel slecht uit op de andere borden. De partij van Pim werd inderdaad remise, maar Johan zijn tegenstander bleek het aanbod te hebben afgeslagen. De sinds kort zelfverklaarde witspeler kon het vervolgens met die kleur niet bolwerken tegen Frits Schalij (nee, niet de schaatser) en werd op de koningsvleugel overlopen.
Gerard besloot maar weer eens niet te rokeren en liet zijn dame het hele bord over jagen voor een pionnetje. Met de achtergebleven koning op e8 had Gerard zich op een bepaald moment in moeten laten op eeuwig schaak door wit (of zelf eeuwig schaak geven). Met het oog op de wedstrijdstand besloot hij door te spelen, maar dat werd hem fataal.
Overigens heb ik deze middag ook niet gerokeerd. Ik kwam in een moeilijk dubbeltoren plus paardeindspel waarin de kansen wederzijds waren. Ik moest mijn kwaliteit offeren voor een oprukkende e-pion. Omdat ik echter een extra pion had, had ik dus twee pionnen voor die kwaliteit. Misschien was winst toch nog mogelijk, maar wit deed aan spelbederf: omdat zijn tijd begon te slinken, gaf hij snel de kwaliteit terug en moest ik een toren en pion tegen toren en pion eindspel wel remise geven.
Jerzy beleefde weer een pechdag. In een wat riskante pionoffer variant van het Siciliaans waarbij wit een pluspion heeft, lang rokeert, maar daarna een aanval over zich heen krijgt, leek het toch lang goed te gaan; Jerzy won zelfs nog een pion. Het is me een raadsel wat er toen is gebeurd. Op een gegeven moment, zag ik dat Jerzy geen dame meer had en zijn tegenstander wel. Vervolgens bleek dat zwart zijn dame weer moest geven voor de opkomende a-pion, maar aan de rechterkant van het bord weer met een pion tot dame promoveerde. Jerzy was inmiddels met zijn b-pion opnieuw tot dame gepromoveerd (volgen jullie het nog?), maar moest na een dameschaak van zwart opgeven, omdat zijn op b8 staande dame eraan zou gaan.
Ook de partij van Ruben ging alle kanten op. Met een potentieel gevaarlijke pion op c5 leek hij op voordeel te staan, maar verloor onverwachts die pion. Daardoor stond hij weer verloren. Daarna wist hij de stelling weer in evenwicht te brengen. In het ontstane lopereindspel maakte hij de geestelijke omschakeling naar winst net wat te laat: hij speelde zijn koning naar d3, terwijl die naar c3 had gemoeten (een stap dichter bij de zwarte a-pion). Nu kwam hij een tempo te tekort: na ruil van de loper, haalde Ruben de a-pion, maar zwart de witte h-pion en toen wit tot dame was gepromoveerd had zwart het veld h2 met een pion weten te bereiken, waarmee een theoretische remise op het bord stond.

 

Eindhoven 2 (1922) HSC 1 (2027) 5½ - 2½
Hans Bosscher (1966) Ruben Venis (2180) ½ - ½
Bas Friesen (1979) Bart Dekker (2117) ½ - ½
Frits Schalij (1988) Johan Wuijts (1929) 1 - 0
Hans van den Hurk (1964) Gerard van de Kerkhof (2070) 1 - 0
Jochem Berndsen (1935) Jerzy Cebula (2051) 1 - 0
Nico Schellingerhout (1862) Hugo Faber (2046) ½ - ½
Hans Ouwersloot (1866) Pim Blijlevens (1867) ½ - ½
Rik van der Weij (1817) Paul van Asseldonk (1952) ½ - ½

 

9 oktober 2021: HSC 1 - De Drie Torens (door Hugo Faber)
Onze tweede wedstrijd is - in lichtere mate - ook op en teleurstelling uitgelopen: een zeker lijkende overwinning werd uiteindelijk een 4 - 4.
We begonnen met een reglementaire winst. Iemand van onze Tilburgse tegenstander had zich in de morgen afgemeld vanwege een verkoudheid. Logischerwijs werd het te lastig om nog een invaller voor hem te regelen op bord 6. Dat werd dus een reglementaire 1. Goed voor de wedstrijd, maar natuurlijk wel wat zuur voor Paul. Overigens werkte die voorsprong nou niet echt bevrijdend voor ons, zo bleek.
Bart was als eerste klaar tegen de voor hem bekende Wilbert Kocken. Tegen zijn solide tegenstander offerde hij haver en gort voor een beslissende aanval. Het bleek, dat hij nauwelijks een zet zelf had bedacht, hooguit een zet gekozen uit de voorbereiding. Uit de lovende commentaren van teamgenoten kan ik wel veilig concluderen, dat als er een verkiezing voor beste partij van de dag zou zijn, de partij van Bart op de eerste drie plaatsen zou zijn geëindigd.
Pim was de volgende, die een winst kon bijschrijven. In zijn geval was de winst zeer welkom, na een aantal nederlagen in de interne en een nederlaag in de vorige externe ronde.
Zelf kwam ik niet verder dan remise. Op het moment, dat ik dacht een pion te gaan winnen, speelde mijn tegenstander het John van Rooij-achtige Pd7-b8. Daarna dacht ik in het nadeel te komen, maar zwart herhaalde de zetten en gezien de stelling en de wedstrijdstand vond ik dat wel goed zo.
Gachatur kwam weer heel goed mee in zijn tweede witpartij, maar in het eindspel wist zijn tegenstander het de koning van Gachatur lastig te maken via toren en loper. Toen hij later ook een pion won en een vrijpion verkreeg, was het definitief verloren voor Gachatur.
Johan kwam niet verder dan remise. Hij had dan wel een pluspion, maar veel 'plus' zat er niet aan de pionnenformatie e6-f5-e4. Ik vond zijn remise dan ook terecht en ook belangrijk voor de tussenstand: 4 - 2.
Zoals eerder gezegd werkte de vroege voorsprong niet echt bevrijdend voor ons. Ik vond niet dat het allemaal heel soepel was gegaan tot dan toe, maar geen zorg: uit de twee overgebleven partijen van Jerzy en Ruben zou toch een remise te halen moeten zijn?
Ik maakte me die middag al snel zorgen om de stelling van Ruben. Amper het middenspel in en hij had al een toren op g8 en een koning op e8. Lang rokeren was gewoon te riskant. Van onze vereniging zou alleen Gerard dit geheel vrijwillig spelen. Ruben niet, dus moest er wel iets mis zijn gegaan. Ruben won een kwaliteit maar daar had wit veel te veel compensatie voor in de vorm van pionnen. Dat werden dus ook nog eens twee vrijpionnen. In de kansloos lijkende positie kwam Ruben toch nog verder dan ik dacht en op het eind was de witte koning net een stap te dicht bij zijn overgebleven vrijpion.
Dan moest het maar van Jerzy komen, maar die stond de hele partij met de rug tegen de muur. Hij kon echter onverwacht een pionnetje meepikken gedurende zijn verdediging. Toen na ruil van torens de witte dreigende aanval over de h-lijn geheel was verdwenen, zou Jerzy het eindspel wellicht kunnen winnen maar op zijn minst remise kunnen houden. Al zijn pionnen waren echter geïsoleerd en zijn overgebleven loper keek tegen die pionnen en was waardeloos ten opzichte van zijn collegaloper van de tegenstander. Die ging ook nog eens planmatiger te werk dan Jerzy, waardoor het kon gebeuren, dat hij in een matnet van toren, loper en paard terecht kwam.
Jammer, jammer, jammer.

 

HSC 1 (1976) De Drie Torens 4 - 4
Ruben Venis (2194) Joost van den Bighelaar (2050) 0 - 1
Bart Dekker (2107) Wilbert Kocken (2043) 1 - 0
Jerzy Cebula (2066) Rick Zegveld (1997) 0 - 1
Hugo Faber (2032) Ad Feelders (2009) ½ - ½
Johan Wuijts (1925) Huub Leemans (1945) ½ - ½
Paul van Asseldonk (1952) n.o. 1 - 0 R
Pim Blijlevens (1839) Jan Douwes (1947) 1 - 0
Gachatur Kazarjan (1691) Alex Olree (1675) 0 - 1

 

18 september 2021: Zuid-Limburg 3 - HSC 1 (door Hugo Faber)
Na een lange offline-schaakloze tijd, mochten we eindelijk weer aan de bak in de externe competitie. We hebben negen spelers tot onze beschikking en dat is prettig voor mij als teamleider. Ruben kon niet en dat probleem had ik dus direct opgelost. Ik taxeerde de afwezigheid van Ruben die middag als niet onoverkomelijk voor ons, maar man, wat viel dat tegen!
Gachatur beleefde een mooi debuut deze middag. Met wit stelde hij zich aanvankelijk wat suboptimaal op (ik gaf op een gegeven moment de voorkeur aan zwart), maar hij redde zich daar goed uit. Zijn tegenstander dacht door een gepend stuk van Gachatur, dit rustig terug te kunnen halen en materiaalverlies te herstellen, maar Gachatur hielp hem gauw uit de droom en bleef het stuk voor.
Pim speelde geen lekkere partij. Met de zet b7-b6 maakte hij de inval van een paard op d5 nog wat sterker. Na afruil van het paard kon wit twee dreigingen plaatsen: een aanval op de koning via een dame op c2 en een paard op g5 en een stukverlies via d5-d6 (loper op g2 keek naar a8). Pim kwam dit niet meer te boven. Hij wist de schade aanvankelijk te beperken tot kwaliteitsverlies, maar wit had gewoon teveel dreigingen.
Jerzy speelde ook geen goede partij. In een Siciliaanse Draak haalde hij zijn toren weg van de h-lijn, terwijl die h-lijn nou juist een aanvalslinie is. Logischerwijs had hij daarmee zijn kans op verdere aanval verspeeld. Zijn tegenstander nam het initiatief over en won nog een pion. Het resterende eindspel was kansloos voor Jerzy.
Zelf moet ik met zwart ook nog even oppassen met wat ik deed, maar ik redde me aanvankelijk daar goed uit. Ik leek zelfs de betere kansen te hebben, maar ik greep mis door met een loper op g2 te slaan. Wit - met de koning op g1 - kon die loper nog niet pakken vanwege een dekkende toren op f2. Na een aanval op mijn dame kon ik stukkenruil niet meer voorkomen, hetgeen zou betekenen. dat ik met de toren op f2 een stuk terug zou moeten pakken. Logisch gevolg: de loper op g2 kan dan worden gepakt. Ik kon dit niet vermijden en overschreed mijn al geringe bedenktijd.
Bart speelde tegen een Wolga Gambiet en dan heb je altijd een pion meer. Een van de ideeën is om ten koste van een passieve stelling je pion proberen te houden (als Gerard een d4-speler zou zijn, dan zou hij het ongetwijfeld ook zo spelen). Op een gegeven moment bleek dat Bart remise had gegeven; blijkbaar werd de stelling hem toch wat te tricky.
De partij van Paul heb ik eigenlijk niet zo gevolgd. Het enige wat ik er van weet, was dat het zo'n oersaaie, vervelende, langzame Engelsman was. Geen spannende stelling dus. Laatst, dat ik er van zag, was een toreneindspel, dat Paul uiteindelijk een extra h-pion opleverde, met een niet goed afgesneden koning van de tegenstander. Dat was dus niet meer te winnen en Paul besloot de partij met een geestige patzet.
Johan had in het begin een verraderlijk stukoffer voor twee pionnen over het hoofd gezien en besloot wijselijk om het stuk niet aan te nemen. Hij joeg het weg om na dameruil, de minuspion te compenseren via een verzwakte witte damevleugelpionnenopstelling (a-pion en twee c-pionnen). Het duurde overigens een hele tijd voordat hij zijn minuspion terugzag en toen was de muziek wel uit de stelling. Remise dus.
Gerard speelde natuurlijk de Van de Kerkhof-variant (nee, die is nog steeds niet weerlegd) en verkreeg een kwaliteit. Daar was hij aanvankelijk optimistisch over, maar na dameruil bleek dat zijn opponent voldoende compensatie had. De beide heren besloten dan ook tot remise.
In plaats van een min of meer vooraf verwachte winst werd het dus een 5 - 3 nederlaag. Au!

 

Zuid-Limburg 3 (1916) HSC 1 (1969) 5 - 3
Ruud Lemmers (2042) Bart Dekker (2109) ½ - ½
Ingrid Voigt (1944) Hugo Faber (2048) 1 - 0
Tom Vrouenraets (1823) Jerzy Cebula (2087) 1 - 0
Rien Seip (1928) Johan Wuijts (1925) ½ - ½
Jan Fober (1920) Gerard van de Kerkhof (2075) ½ - ½
Barry Braeken (1931) Pim Blijlevens (1875) 1 - 0
Hans Leclerq (-) Gachatur Kazarjan (1677) 0 - 1
John Heuts (1823) Paul van Asseldonk (1957) ½ - ½

Ons clublokaal

KNSB

NBSB

JSC De Pionier