Helmondse Schaakclub

Verslagen van HSC 1

 

26 november 2022: HSC 1 - Maastricht (door Hugo Faber)
Zaterdag 26 november speelden we tegen het redelijk goede eerste team van Maastricht. Ondanks een vroege (reglementaire) winst hebben we deze wedstrijd uiteindelijk nog verloren. Dat had niet echt gehoeven.
Door personele problemen was het eerste, maar ook het tweede team van Maastricht met slechts zeven man komen opdagen. Het tweede bord (zwart voor de bezoekers) werd dus uiteraard leeg gelaten. Daarmee had Bart dus geen partij deze middag.
We hadden dus een voorsprong, die ik zelf om zeep hielp door voor Sinterklaas te spelen. Lees en huiver: 1. d4 Pf6 2. Lg5 Pe4 3. Lf4 d5 4. Pd2 Pd6 5. e3 c6 6. Ld3 Lf5?? 7. Lxd6 Lxd3 8. Lxb8. Uiteraard gaf ik niet meteen op, maar uiteindelijk met pion tegen stuk kon ik niet veel meer dan opgeven.
Mijn teamgenoot Gerard, die naast me zat, vertolkte eveneens de rol van de goedheiligman, door het met de dame slaan van een gedekte pion op f7.
Pim had inmiddels een Hollandse variant gespeeld, die hem een achtergebleven pion op e6 opleverde, die gedekt moest worden door de loper op c8. Dat belemmerde ook de verdere ontwikkeling van zijn stukken op de damevleugel. Een logisch gevolg was dat wit terrein won op de koningsvleugel en de partij ook daar beslist werd.
Ruben speelde remise, maar ik begreep niet helemaal wat daar gebeurd was. De laatste stelling, die ik op zijn bord zag, was met zijn zwarte paard op d2, dat de (gedekte) loper op f3 en toren op f1 aanviel en bovendien ook nog eens pion op b3 aanviel. Ik dacht dat dit dus een pionwinst zou opleveren. Maar nee, een remise dus.
Johan had een prettige stelling opgebouwd, waarbij hij zijn paarden op de belangrijke velden c5 en e5 wist te plaatsen. Een remiseaanbod sloeg hij af, ook omdat de overgebleven stellingen op de borden van Paul en Gachatur veelbelovend waren. Tot zijn grote tevredenheid wist hij inderdaad de winst naar zich toe te trekken. Ik moet bij deze dus nog maar eens bevestigen dat Johan een typische 'witspeler' is!
Gachatur had een moeilijke Siciliaanse laveerpartij, waarbij hij niet veel ruimte had. Hij moest een kwaliteit geven, maar kreeg daar nog wel wat voor in de vorm van opgerukte vrijpionnen. Wit zal ook wel ergens gewonnen hebben gestaan, maar hij speelde te voorzichtig en dat gaf Gachatur juist weer mogelijkheden. Met een torenoffer van Gachatur werd het heel spannend: zwart met een dame en loper tegen wit dame en twee torens, maar met een witte koning op het midden van het bord. Misschien dat er een mat mogelijk was, maar Gachatur kreeg het niet gevonden. Hij liet de witte koning ontsnappen via e4-d5-c4 (waarbij een pion werd geslagen) en had daarna geen troef meer.
Paul had een soort Moderne Verdediging tegen zich gekregen, waarbij zwart met een paard op a6 en een loper op d7 een wat dubieus lijkende verdediging voerde. Toch kwam Paul er in eerste instantie niet doorheen. Later lukte dit alsnog en wist Paul een pion te winnen in een toreneindspel. Alleen zette hij zijn vrijpionnen (g en h) veel te laat in beweging, toen zwart naar zijn pionnen liep om zelf met een vrijpion de doortocht te forceren. Het gevolg was een dame-eindspel, waarbij zwart het eerst een dame had. Daarbij was het nog een geluk, dat zwart geen Db3 mat had, omdat wit met de pion op g8 was gepromoveerd. Remise dus.
Jammer, dit verlies was een toch kleine tegenvaller.

 

HSC 1 (1990) Maastricht (2023) 3 - 5
Ruben Venis (2161) Jelmer Veltman (2176) ½ - ½
Bart Dekker (2140) n.o. 1 - 0 R
Hugo Faber (1991) Michal Bodicky (2143) 0 - 1
Gerard van de Kerkhof (2053) Hans Hoornstra (2076) 0 - 1
Pim Blijlevens (1871) Jasper Zilverberg (2026) 0 - 1
Johan Wuijts (1961) Maarten van Laatum (2012) 1 - 0
Gachatur Kazarjan (1818) Aljoscha Körber (1988) 0 - 1
Paul van Asseldonk (1925) Maxim Hollands (1740) ½ - ½

 

5 november 2022: Zuid-Limburg 2 - HSC 1 (door Hugo Faber)
Onze vorige wedstrijd tegen Zuid-Limburg 3 was geen formaliteit, dus kon je er vergif op innemen, dat we het tegen hun tweede heel moeilijk zouden krijgen. Jammer genoeg kwam deze voorspelling volledig uit: we hadden deze middag weinig in te brengen.
Pim speelde dit keer op bord 3. Ik dacht dat hij - na zijn verrassende winst in het zaterdagtoernooi van Mook - een goed gevoel mee zou kunnen nemen naar deze wedstrijd. Dat kwam voor de helft uit, want het werd een correcte remise.
Daarna werd het snel minder: Bart raakte een stuk kwijt zonder verdere compensatie voor zover ik kon zien. Zelf reageerde ik niet adequaat op een wat afwijkende, maar eerder mindere openingsvariant van mijn tegenstander en ook Gachatur kon het met wit niet bolwerken.
Daar kwam nog een nul bij van Paul, die voor de verandering had besloten om niet te rokeren, maar zijn koning op f8 te zetten en met h7-h5 de aanval te openen op de op h1 staande witte koning. Daar kwamen echter weinig aanvalszetten meer bij en zijn tegenstander viel aan en won door het midden.
In de partij van Ruben gebeurde er van alles. Eerst had hij een aanval via de c-lijn tegen de achtergebleven c-pion en met de mogelijkheid om veld c5 te gaan bezetten. Die aanval verdween als sneeuw voor de zon, want zwart kwam met zijn c-pion opzetten en ging ook naar c5 toe. Het laatste wat ik hiervan zag, was dat Ruben bij een ongunstige materiaalverhouding gedwongen was remise door eeuwig schaak te maken. Enige zetten daarvoor leken er betere mogelijkheden (de zwarte koning was toen in groter gevaar) te zijn geweest, zo wees analyse uit. Ik 'verdenk' Ruben er dan ook van, dat hij ergens een kans heeft gemist.
Johan had dinsdag last gehad van Corona en even zag het er naar uit, dat hij niet mee zou kunnen doen, maar hij bleek weer helemaal te zijn hersteld. In zijn partij kreeg hij het even moeilijk, nadat hij iets te snel rokeerde in plaats van de witte pionnenopmars door het centrum tegen te houden. Nu kreeg hij een amper te verdedigen c-pion. Die gaf hij op om daarna zo goed mogelijk tegenspel te geven. Hij werd geholpen door het feit, dat de witte koning redelijk onbeschermd stond. Het bleek voor wit dan ook niet mogelijk om zijn koning uit de schaakjes van Johan te houden en tegelijkertijd zijn pluspion te beschermen. Remise dus.
Tenslotte moest ook Gerard de vlag strijken. Naarmate het eindspel in zicht kwam, werd zijn stelling steeds iets minder. In een ongelijk lopereindspel tenslotte had Gerard zijn pionnen op de 'goede' velden kunnen zetten, alleen wit kon daardoor wel makkelijk naar voren wandelen. Het aantal mogelijke zetten van Gerard was inmiddels geminimaliseerd en wit had met twee tegen een pion ook nog eens een meerderheid op de damevleugel.

 

Zuid-Limburg 2 (2052) HSC 1 (1990) 6½ - 1½
Stefan Spronkmans (2042) Ruben Venis (2161) ½ - ½
Luc Zimmermann (2063) Bart Dekker (2140) 1 - 0
Gino de Mon (1954) Pim Blijlevens (1871) ½ - ½
Rob Caessens (2232) Gerard van de Kerkhof (2053) 1 - 0
Laurin Perkampus (2016) Hugo Faber (1991) 1 - 0
René van Hassel (2072) Paul van Asseldonk (1925) 1 - 0
Henk Temmink (2066) Gachatur Kazarjan (1818) 1 - 0
Marcel Winkels (1973) Johan Wuijts (1961) ½ - ½

 

8 oktober 2022: HSC 1 - Zuid-Limburg 3 (door Hugo Faber)
In onze eerste thuiswedstrijd van het seizoen konden we weer beschikken over onze kopman en dat was wel weer nodig ook. Onze Limburgse bezoekers konden een gemiddelde elo van minstens 100 punten lager dan ons gemiddelde overleggen. Dat zag ik achteraf, maar tijdens de wedstrijd was daar weinig van te merken.
Johan had een redelijk makkelijke middag. Na een standaard damemanoeuvre De1 en Dh4, greep zijn tegenstander lelijk mis, door zijn loper te fianchetteren en de pion op e6 ongedekt te laten. Uiteraard maakte Johan daar gebruik van door Pg5 te spelen met aanval op h7 en e6. Nadat die pion eraf was, waren ook andere pionnen kwetsbaar. Toen die er ook afgingen en kwaliteitswinst zeker was, geloofde zwart het verder wel.
Pim en zijn tegenstander zullen deze dag best wel snode plannen gehad hebben, maar na veel afruil en beiden nog een paard over met veel pionnen, begreep en verwachtte ik inderdaad wel de remise.
Gachatur is gelukkig weer in vorm. Na wat ongelukkige partijen (vorige externe ronde en tegen mij) sloeg hij afgelopen dinsdagavond weer de weg naar boven in met winst op Pim. Nu werd na enige tijd een verwoestende aanval ingezet. Dat moet ik wel concluderen, want het eerste wat ik zag was een witte dame, die met f7-f5 werd verjaagd. Het daaropvolgende moment, dat ik bij zijn bord kwam kijken, lag de witte koningsvleugel open. Een goed begin van de middag dus met twee overwinningen.
Gerard kwam met zijn opponent in een strijd over de c-lijn terecht. Degene die die c-lijn in zou nemen, zou ook goede papieren hebben om de partij naar zich toe te trekken. Een alleenheerschappij over die c-lijn lukte echter geen van beiden en de vrede werd dan ook getekend.
Bart en zijn tegenstander vielen elkaar aan op de koningsvleugel respectievelijk damevleugel. Met het onschuldig lijkende Dd2-d1 greep Bart het initiatief. Met dit zetje dreigde namelijk een dubbel torenoffer over de open h-lijn gevolgd door een dameschaak over die h-lijn waarna een beslissende inval zou volgen. Zwart zag dit wel, maar moest nu dus in de verdediging. Daarop kon Bart de aanval blijven opvoeren en tenslotte werd die de tegenstander te machtig.
Zelf rokeerde ik in een Franse variant onterecht lang. Daarmee liet ik mijn pion op f7 pardoes ongedekt staan. Ik slaagde er echter wel in om na mijn rokade op een zodanige manier te kijken alsof dit een bewuste actie was. Na het niet aannemen van mijn geschenk, kwam ik misschien nog wat beter te staan. Kort nadat Gerard remise had gemaakt, bood mijn tegenstander ook remise aan. Met het oog op de tussenstand en de niet zo gelukkige stellingen van Paul en Ruben ging ik hier op in en zo was de matchwinst veilig gesteld.
Dat was gelukkig ook weer wat relaxter spelen voor Ruben. Paul begon wel goed, maar waar het mis is gegaan? Ik zag dat hij zomaar een kwaliteit verloor (of was dat met een bepaalde bedoeling?). Daarna werd het niet beter en dreigde hij nog meer materiaal te verliezen. Dan maar aan de noodrem trekken, maar die deed het helaas niet. Het werd dus inderdaad een nul, iets wat ik bij mijn eigen remiseaanbod had ingecalculeerd.
Ruben kreeg een 1800-zoveel speler tegenover zich, die het de hele partij goed deed en een pion wist te veroveren. Het daaropvolgende eindspel was een enkelvoudig toreneindspel met vier tegen drie pionnen. Wit heeft toen wel vorderingen gemaakt, maar Ruben toonde aan, dat je nu ook niet zo makkelijk van hem wint en tenslotte bereikte hij de remisehaven.
Eindelijk weer eens een fatsoenlijk begin van het seizoen met twee overwinningen!

 

HSC 1 (1994) Zuid-Limburg 3 (1871) 5 - 3
Ruben Venis (2169) Leon de Vries (1860) ½ - ½
Bart Dekker (2135) Danny Arns (1895) 1 - 0
Hugo Faber (1992) Sander Bachaus (1963) ½ - ½
Gerard van de Kerkhof (2054) Ruud Lemmers (2021) ½ - ½
Paul van Asseldonk (1940) Guus van den Akker (1876) 0 - 1
Johan Wuijts (1958) Ties Dumont (1791) 1 - 0
Gachatur Kazarjan (1831) Luc Cornet (1649) 1 - 0
Pim Blijlevens (1869) Rien Seip (1916) ½ - ½

 

17 september 2022: De Drie Torens - HSC 1 (door Hugo Faber)
Amper een halfuurtje nadat ik een email naar iedereen had gestuurd met data en teamopstelling voor onze eerste wedstrijd tegen De Drie Torens, kreeg ik al een afzegging van Ruben. Gelukkig speelde HSC 2 nog niet, dus het was makkelijk om iemand te laten invallen. John wilde wel weer.
De partijen van Johan en Pim hadden diverse overeenkomsten: er werd met dezelfde kleur gespeeld, dezelfde opening werd gespeeld en de inzet van hun loper op c8 kon problematisch worden. Bij Johan kon dat problematisch worden, omdat hij een vroegtijdig e6-e5 had gespeeld en wit daarop met Lg2xc6 had geantwoord, waarmee zwarts pionnenstructuur werd verminkt (pionnen op a7, c7 en c6). Als wit bijvoorbeeld een paard op c5 had kunnen krijgen, dan had Johan weinig meer kunnen doen met zijn loper. Nu kon hij er nog wel uit en hij wist de partij remise te houden.
Pim stond een hele tijd gelijk en maakte toen een fout (aldus hemzelf). Daarna kon zijn loper (nog wel naar b7 gegaan) geen kant meer op, maar moest die noodgedwongen geofferd worden tegen een pion. Dat leidde dan ook tot verlies.
Gachatur zat deze middag niet lekker in de wedstrijd. Hij moest een vervelende paarduitval op b4, gericht op de op d3 staande witte loper, beantwoorden. Logischerwijs probeerde hij die loper te behouden, maar Lb5 en Da4 zetten geen zoden aan de dijk. Gachatur moest al snel zijn dame offeren voor materiaal om zijn stelling nog enigszins speelbaar te houden. Daar kon hij echter alleen de schade beperken. Een serieuze aanval van zijn kant zat er gewoon niet in en dan is een kwestie voor zwart om rustig verder te spelen (dan gaat het vanzelf wel een keer fout voor wit).
Twee weken terug was de externe partij van Bart Dekker tegen Wilbert Kocken de mooiste partij van de ingezonden partijen bevonden. Nu volgde een nieuwe partij met dezelfde hoofdrolspelers en dezelfde kleuren. Het zou wel heel grappig geweest zijn als deze partij ook weer kandidaat zou zijn voor dit seizoen, maar dat zal waarschijnlijk niet gebeuren. Wilbert liet zijn dame insluiten, pakte er een toren en een stuk voor, maar dat bleek onvoldoende, dus een tweede overwinning voor Bart.
Van de partij van Gerard heb ik eigenlijk niet veel gezien en de keren dat ik keek, kon ik niet goed inschatten wie er nu beter stond. Op een gegeven moment zag ik wel dat wit (noodgedwongen of bewust) een kwaliteit had gegeven om de lastige zwarte loper op d4 uit te schakelen en tegelijk het zwakke punt f2 te blijven dekken. Dat was blijkbaar niet afdoende, want later zag ik toch een 1 op het wedstrijdformulier voor Gerard.
John speelde tegen ons oud-lid Danniël (ingevallen of gepromoveerd, dat was me niet duidelijk) en John had behoorlijke moeite om tot een fatsoenlijke ontwikkeling van stukken te komen en zijn koning bleef maar op e8 staan. Danniël had daar van kunnen profiteren door op b5 een stuk voor twee pionnen te offeren. Met de dame op a4, loper op b5 en een dreigende vork met c5-c6 zou de stelling al volstrekt hopeloos zijn geweest voor John. Wit deed dat echter een zet te laat. Een gepland pionvorkje bleek geen echt vorkje te zijn en zo bleef John een stuk voor. Dat was een wat gelukkig punt.
Zelf dacht ik een goede partij te spelen en een tijd was dat ook wel zo. Op het moment suprême beging ik echter enkele onnauwkeurigheden en ik ontwikkelde onnodig snel af naar een toren en paard eindspel met pion meer.  Uiteindelijk werd het eeuwig paardschaak, nadat ik met de koning naar de h-lijn was gegaan en zwart met zijn toren op de g-lijn stond.
Inmiddels hadden we de vier punten te pakken en stelde de overgebleven stelling van Paul me gerust. In een dame plus toreneindspel met een loper meer kon er weinig meer misgaan. Paul trok de partij dan ook naar zich toe, en zo besloten we de middag met een verdiende dan wel wat gelukkige overwinning van 3 - 5.

 

De Drie Torens (1937) HSC 1 (1953) 3 - 5
Wilbert Kocken (2035) Bart Dekker (2126) 0 - 1
Joost van den Bighelaar (1985) Gerard van de Kerkhof (2044) 0 - 1
Ad Feelders (1975) Hugo Faber (2032) ½ - ½
Huub Leemans (1971) Johan Wuijts (1956) ½ - ½
Arnoud Jansen (1943) Paul van Asseldonk (1927) 0 - 1
Alex Olree (1817) Pim Blijlevens (1848) 1 - 0
Jaap Weel (1884) Gachatur Kazarjan (1843) 1 - 0
Danniël van Boxtel (1886) John van Rooij (1848) 0 - 1

 

 

Ons clublokaal

KNSB

NBSB

JSC De Pionier